BWBR0003470
Geldig vanaf 1981-02-24
Artikel II
Verplichting voor uitkeringsgerechtigden inkomsten/vermogen op te geven
Gelet op en onverminderd de verplichting, bedoeld in de artikelen 39en 40 der wet, doet de uitkeringsgerechtigde aan wie een uitkering en/of een tegemoetkoming krachtens de wetwordt uitbetaald, al dan niet door zijn wettelijke vertegenwoordiger, jaarlijks op een door de Uitkeringsraad te bepalen tijdstip en wijze, opgave van alle door hem in het voorafgaande kalenderjaar, anders dan uit vermogen, genoten inkomsten, en indien zulks door de Uitkeringsraad wordt verlangd, van de hoogte en samenstelling van zijn vermogen.