BWBR0003461
Geldig vanaf 1981-12-31
Artikel 2
Aanwijzing ambtenaren als bedoeld in de Luchtvaartwet
Als ambtenaren, die bevoegd zijn voor het burgerluchtverkeer aangewezen luchtvaartterreinen en de zich daarop bevindende luchtvaartuigen, gebouwen en inrichtingen, alsmede afabrieken, werkplaatsen en aanhorigheden daarvan, naar redelijkerwijze kan worden vermoed, bestemd voor de vervaardiging, het onderhoud of het herstel van luchtvaartuigen of onderdelen daarvan, binnen te treden, ten einde zich te overtuigen of de wettelijke bepalingen ter zake worden nageleefd, als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onder a, worden aangewezen:
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunctdirecteur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst.
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunctdirecteur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst.