Artikel 1
Als personen, die belast zijn met de opsporing van de bij of krachtens de Luchtvaartwetstrafbaar gestelde feiten, als bedoeld in artikel 71, onder c, van de Luchtvaartwet, worden aangewezen:
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunct directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst of met de exploitant van een luchtvaartterrein.
a. de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst;
c. de directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
d. de adjunct directeur Luchtvaartinspectie van de Rijksluchtvaartdienst;
e. de directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
f. de plaatsvervangend directeur Luchtvaartterreinen van de Rijksluchtvaartdienst;
g. nader door mij aan te wijzen personen, uiterlijk voor de duur van hun dienstverband met de Rijksluchtvaartdienst of met de exploitant van een luchtvaartterrein.