BWBR0003431
Geldig vanaf 1981-07-14
Artikel 2
Beschikking steun boter met bijzonder gebruik of bijzondere bestemming 1981
1. Aan degene, die met inachtneming van het in Verordening 1723/81en haar uitvoeringsregelen bepaalde met de Minister een overeenkomst heeft aangegaan om
uit zoom of boter voor eigen rekening boterconcentraat te vervaardigen in op de voet van artikel 4 erkende bedrijven, aan het boterconcentraat in hetzelfde bedrijf de door de communautaire verordeningen voorgeschreven stoffen toe te voegen, en dit boterconcentraat uitsluitend te verwerken of te doen verwerken tot eindprodukten, of
boter voor eigen rekening rechtstreeks te verwerken tot produkten van formule A of B, als bedoeld in artikel 4 van Verordening 262/79, in op de voet van artikel 9, eerste lid, erkende bedrijven.
wordt ingevolge de artikelen 1en 3van de genoemde verordening steun verleend, indien er voor zover hij ten genoegen van Dienst Regelingen heeft aangetoond, dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst is nagekomen.
2. De in het eerste lid bedoelde steun wordt verleend naar de onderscheidingen en maatstaven en onder de beperkingen en voorwaarden, die in Verordening 1723/81, de ter uitvoering daarvan vastgestelde of vast te stellen verordeningen dan wel bij of krachtens deze beschikking zijn gesteld.
3. De Minister treedt op als interventiebureau voor het houden van de inschrijvingen, die ingevolge Verordening 1932/81nodig zijn voor de vaststelling van de toe te kennen steunbedragen en is voorts belast met de toekenning en de uitkering van de in het eerste lid bedoelde steun.
4. De door de communautaire verordeningen voorgeschreven waarborgen dienen ten name van de Minister te worden gesteld. De Minister beslist met inachtneming van het daaromtrent in de communautaire verordeningen bepaalde en op grond van de resultaten van de in het kader van deze beschikking verrichte controles of en in hoeverre de waarborgen worden vrijgegeven.
uit zoom of boter voor eigen rekening boterconcentraat te vervaardigen in op de voet van artikel 4 erkende bedrijven, aan het boterconcentraat in hetzelfde bedrijf de door de communautaire verordeningen voorgeschreven stoffen toe te voegen, en dit boterconcentraat uitsluitend te verwerken of te doen verwerken tot eindprodukten, of
boter voor eigen rekening rechtstreeks te verwerken tot produkten van formule A of B, als bedoeld in artikel 4 van Verordening 262/79, in op de voet van artikel 9, eerste lid, erkende bedrijven.
wordt ingevolge de artikelen 1en 3van de genoemde verordening steun verleend, indien er voor zover hij ten genoegen van Dienst Regelingen heeft aangetoond, dat hij zijn verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst is nagekomen.
2. De in het eerste lid bedoelde steun wordt verleend naar de onderscheidingen en maatstaven en onder de beperkingen en voorwaarden, die in Verordening 1723/81, de ter uitvoering daarvan vastgestelde of vast te stellen verordeningen dan wel bij of krachtens deze beschikking zijn gesteld.
3. De Minister treedt op als interventiebureau voor het houden van de inschrijvingen, die ingevolge Verordening 1932/81nodig zijn voor de vaststelling van de toe te kennen steunbedragen en is voorts belast met de toekenning en de uitkering van de in het eerste lid bedoelde steun.
4. De door de communautaire verordeningen voorgeschreven waarborgen dienen ten name van de Minister te worden gesteld. De Minister beslist met inachtneming van het daaromtrent in de communautaire verordeningen bepaalde en op grond van de resultaten van de in het kader van deze beschikking verrichte controles of en in hoeverre de waarborgen worden vrijgegeven.