1. Aan instellingen zonder winstoogmerk wordt, met inachtneming van het in Verordening 1723/81en haar uitvoeringsregelingen bepaalde, boter verkocht, waarbij als bijdrage in de zin van
artikel 15 van de Landbouwwetop de verkoopprijs een bedrag in mindering wordt gebracht dat gelijk is aan de in Verordening 2191/81bedoelde steun.
Het bepaalde in artikel 2, vierde lid, van de Mandaatsbeschikking VIB is op deze verkoop tegen verlaagde prijs van overeenkomstige toepassing.
2. De in het eerste lid bedoelde instellingen moeten zich bij het aangaan van de overeenkomst van de koop en verkoop schriftelijk tegenover de Minister verbinden om
de boter slechts voor consumptie door de onder hun verantwoordelijkheid vallende personen te bestemmen;
het op de verkoopprijs in mindering gebrachte bedrag te betalen in gevallen, waarin zou blijken, dat de boter niet overeenkomstig zijn bestemming is gebruikt;
de naar het oordeel van de Minister noodzakelijke gegevens te verstrekken, op basis waarvan het gebruik van de boter kan worden nagegaan;
medewerking te verlenen aan de naar het oordeel van de Minister en de AID noodzakelijke controle op de naleving van bovenstaande voorwaarden.
3. De bevoegde vertegenwoordiger van de betrokken instelling dient aan Dienst Regelingen voor iedere aflevering van boter een door hem ondertekend en gedateerd bewijs van ontvangst af te geven.