BWBR0003391
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 25
Wet voorkeursrecht gemeenten
1. Voor zover na de overdracht aan de gemeente van een onroerende zaak of van een beperkt recht waaraan zo’n zaak is onderworpen ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24en 26vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2in samenhang met artikel 3of 4, zonder dat de in artikel 3, eerste lid, of 4, eerste lid, bedoelde andere bestemming is verwezenlijkt, bij een onherroepelijk bestemmingsplan een bestemming is aangewezen waarmee de totstandkoming van de aanwijzing zou zijn uitgesloten, kan de vervreemder vorderen dat de gemeente hem de schade zal vergoeden die hij als gevolg van die overdracht mocht hebben geleden.
2. Gelijke bevoegdheid heeft de vervreemder na de overdracht ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24en 26vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2in samenhang met 5, of een besluit tot voorlopige aanwijzing overeenkomstig artikel 6, voor zover de bij die overdracht betrokken onroerende zaak niet binnen de desbetreffende termijn, genoemd in artikel 6of 9is opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 5, onderscheidenlijk in een bestemmingsplan of structuurvisie, waarbij de bij de aanwijzing of voorlopige aanwijzing aan de betrokken onroerende zaak toegedachte bestemming is gehandhaafd.
3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 9a, eerste of tweede lid, treedt voor de toepassing van het eerste of tweede lid de provincie onderscheidenlijk de Staat in de plaats van de gemeente.
2. Gelijke bevoegdheid heeft de vervreemder na de overdracht ingevolge de artikelen 10 tot en met 15, 24en 26vanwege een besluit tot aanwijzing overeenkomstig artikel 2in samenhang met 5, of een besluit tot voorlopige aanwijzing overeenkomstig artikel 6, voor zover de bij die overdracht betrokken onroerende zaak niet binnen de desbetreffende termijn, genoemd in artikel 6of 9is opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 5, onderscheidenlijk in een bestemmingsplan of structuurvisie, waarbij de bij de aanwijzing of voorlopige aanwijzing aan de betrokken onroerende zaak toegedachte bestemming is gehandhaafd.
3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 9a, eerste of tweede lid, treedt voor de toepassing van het eerste of tweede lid de provincie onderscheidenlijk de Staat in de plaats van de gemeente.