BWBR0003376
Geldig vanaf 1981-02-18
Artikel 6
Regeling Vracht- en overige Vluchten
1. Toestemming wordt verleend voor vluchten ten behoeve van reizen naar of van plaatsen binnen Europa, waarbij het doel van de reis van een duidelijk aantoonbaar culturele, sportieve, educatieve, religieuze of recreatieve aard is, mits:
a. de deelnemers de heen- en terugvlucht samen maken;
b. de deelnemers gezamenlijk aan één gemeenschappelijk programma deelnemen gedurende minimaal de helft van de verblijfsduur; de voor de nachtrust bestemde tijd wordt niet medegerekend bij de bepaling van de verblijfsduur;
c. in de prijs per persoon naast het vervoer op retourbasis tenminste de kosten voor deelname aan het onder b genoemde gemeenschappelijke programma zijn begrepen, alsmede in geval van overnachting de overnachtingsaccommodatie voor de duur van de reis op de aangeboden plaats(en) van bestemming;
d. geen vermenging geschiedt op éénzelfde vliegtuig van deelnemers aan de in dit artikel bedoelde reizen met ander soort vervoer;
e. in de aanbieding(en) van de reizen aan het publiek en in het gemeenschappelijke programma geen reisdoel wordt vermeld dat in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf wordt bezocht.
2. Voor vluchten die niet voldoen aan het gestelde onder 1 e van dit artikel kan toestemming worden verleend, indien ten tijde van de aanvrage aannemelijk wordt gemaakt hetzij, dat gelet op de door de geregelde luchtdiensten geboden mogelijkheden een aanmerkelijk groter aantal passagiers gebruik zal maken van reismogelijkheden die door middel van ongeregelde vluchten worden geboden dan van die welke door de geregelde diensten worden geboden, hetzij dat door ongeregelde vluchten aanmerkelijk beter tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van het voor zakelijke doeleinden reizend publiek.
3. Voordat een luchtvaartmaatschappij contracten sluit voor de uitvoering van de in dit artikel bedoelde vluchten dient zij zich bij de Minister van Verkeer en Waterstaat te vergewissen of toestemming voor die vluchten kan worden verleend.
a. de deelnemers de heen- en terugvlucht samen maken;
b. de deelnemers gezamenlijk aan één gemeenschappelijk programma deelnemen gedurende minimaal de helft van de verblijfsduur; de voor de nachtrust bestemde tijd wordt niet medegerekend bij de bepaling van de verblijfsduur;
c. in de prijs per persoon naast het vervoer op retourbasis tenminste de kosten voor deelname aan het onder b genoemde gemeenschappelijke programma zijn begrepen, alsmede in geval van overnachting de overnachtingsaccommodatie voor de duur van de reis op de aangeboden plaats(en) van bestemming;
d. geen vermenging geschiedt op éénzelfde vliegtuig van deelnemers aan de in dit artikel bedoelde reizen met ander soort vervoer;
e. in de aanbieding(en) van de reizen aan het publiek en in het gemeenschappelijke programma geen reisdoel wordt vermeld dat in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf wordt bezocht.
2. Voor vluchten die niet voldoen aan het gestelde onder 1 e van dit artikel kan toestemming worden verleend, indien ten tijde van de aanvrage aannemelijk wordt gemaakt hetzij, dat gelet op de door de geregelde luchtdiensten geboden mogelijkheden een aanmerkelijk groter aantal passagiers gebruik zal maken van reismogelijkheden die door middel van ongeregelde vluchten worden geboden dan van die welke door de geregelde diensten worden geboden, hetzij dat door ongeregelde vluchten aanmerkelijk beter tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van het voor zakelijke doeleinden reizend publiek.
3. Voordat een luchtvaartmaatschappij contracten sluit voor de uitvoering van de in dit artikel bedoelde vluchten dient zij zich bij de Minister van Verkeer en Waterstaat te vergewissen of toestemming voor die vluchten kan worden verleend.