BWBR0003375
Geldig vanaf 1981-02-18
Artikel 3
Besluit IT-reizen
1. De in het eerste lid van artikel 2 bedoelde vluchten mogen slechts worden uitgevoerd na aanvraag door en gegeven toestemming aan de betrokken luchtvaartmaatschappij(en).
2. Het geven van toestemming wordt geacht te zijn geweigerd indien niet is beschikt: a. op aanvragen die ten minste acht weken voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag;
b. op aanvragen die op een kortere termijn dan 60 dagen voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, op een termijn die in redelijke verhouding staat tot de termijn waarop de aanvraag is ingediend.
a. op aanvragen die ten minste acht weken voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag;
b. op aanvragen die op een kortere termijn dan 60 dagen voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, op een termijn die in redelijke verhouding staat tot de termijn waarop de aanvraag is ingediend.
2. Het geven van toestemming wordt geacht te zijn geweigerd indien niet is beschikt: a. op aanvragen die ten minste acht weken voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag;
b. op aanvragen die op een kortere termijn dan 60 dagen voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, op een termijn die in redelijke verhouding staat tot de termijn waarop de aanvraag is ingediend.
a. op aanvragen die ten minste acht weken voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag;
b. op aanvragen die op een kortere termijn dan 60 dagen voor de voorgenomen vluchtdatum zijn ingediend, op een termijn die in redelijke verhouding staat tot de termijn waarop de aanvraag is ingediend.