BWBR0003352
Geldig vanaf 1980-12-13
Artikel 5
Instelling coördinatiegroep en projectgroepen volwassenen-educatie
1. a. Een projectgroep bestaat uit ten minste 6 en ten hoogste 13 leden;
a. de voorzitters en de overige leden van de projectgroepen worden door de Ministers benoemd en ontslagen. Benoeming geschiedt in eerste instantie voor een periode van 3 jaar. De voorzitter is onafhankelijk van enig plaatselijk of regionaal project of ondersteuningsorganisatie;
b. tot de overige leden kunnen worden benoemd: 1. vertegenwoordigers van plaatselijke of regionale projecten;
2. onafhankelijke personen;
1. vertegenwoordigers van plaatselijke of regionale projecten;
2. onafhankelijke personen;
c. bij vervulling van vacatures geschiedt de benoeming de desbetreffende projectgroep gehoord door tussenkomst van de voorzitter;
d. de interdepartementale coördinator van een project zal als waarnemer namens de Ministers in de desbetreffende projectgroep worden aangewezen.
2. a. De coördinatiegroep bestaat uit ten minste 6 en ten hoogste 13 leden;
a. de voorzitter en de overige leden van de coördinatiegroep worden door de Ministers benoemd en ontslagen. Benoeming geschiedt in eerste instantie voor een periode van 3 jaar. De voorzitter is onafhankelijk van enig plaatselijk of regionaal project, projectgroep of ondersteuningsorganisatie;
b. tot de overige leden kunnen worden benoemd: 1. de voorzitters van de landelijke projectgroepen;
2. andere leden van de projectgroepen;
3. leden afkomstig uit de kringen van de landelijke ondersteuningsorganisaties;
4. overige praktijkdeskundigen.
1. de voorzitters van de landelijke projectgroepen;
2. andere leden van de projectgroepen;
3. leden afkomstig uit de kringen van de landelijke ondersteuningsorganisaties;
4. overige praktijkdeskundigen.
c. bij vervulling van vacatures geschiedt de benoeming de coördinatiegroep gehoord door tussenkomst van de voorzitter;
d. door de Ministers worden waarnemers van de departementen van Onderwijs en Wetenschappen, van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Sociale Zaken in de coördinatiegroep aangewezen.
a. de voorzitters en de overige leden van de projectgroepen worden door de Ministers benoemd en ontslagen. Benoeming geschiedt in eerste instantie voor een periode van 3 jaar. De voorzitter is onafhankelijk van enig plaatselijk of regionaal project of ondersteuningsorganisatie;
b. tot de overige leden kunnen worden benoemd: 1. vertegenwoordigers van plaatselijke of regionale projecten;
2. onafhankelijke personen;
1. vertegenwoordigers van plaatselijke of regionale projecten;
2. onafhankelijke personen;
c. bij vervulling van vacatures geschiedt de benoeming de desbetreffende projectgroep gehoord door tussenkomst van de voorzitter;
d. de interdepartementale coördinator van een project zal als waarnemer namens de Ministers in de desbetreffende projectgroep worden aangewezen.
2. a. De coördinatiegroep bestaat uit ten minste 6 en ten hoogste 13 leden;
a. de voorzitter en de overige leden van de coördinatiegroep worden door de Ministers benoemd en ontslagen. Benoeming geschiedt in eerste instantie voor een periode van 3 jaar. De voorzitter is onafhankelijk van enig plaatselijk of regionaal project, projectgroep of ondersteuningsorganisatie;
b. tot de overige leden kunnen worden benoemd: 1. de voorzitters van de landelijke projectgroepen;
2. andere leden van de projectgroepen;
3. leden afkomstig uit de kringen van de landelijke ondersteuningsorganisaties;
4. overige praktijkdeskundigen.
1. de voorzitters van de landelijke projectgroepen;
2. andere leden van de projectgroepen;
3. leden afkomstig uit de kringen van de landelijke ondersteuningsorganisaties;
4. overige praktijkdeskundigen.
c. bij vervulling van vacatures geschiedt de benoeming de coördinatiegroep gehoord door tussenkomst van de voorzitter;
d. door de Ministers worden waarnemers van de departementen van Onderwijs en Wetenschappen, van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Sociale Zaken in de coördinatiegroep aangewezen.