BWBR0003352
Geldig vanaf 1980-12-13
Artikel 3
Instelling coördinatiegroep en projectgroepen volwassenen-educatie
1. De projectgroepen hebben tot taak per projectsoort:
a. de coördinatie van de uitvoering van de desbetreffende plaatselijke en regionale projecten door: 1. informatie-uitwisseling
2. overleg over de inschakeling van plaatselijke/regionale en landelijke ondersteuningsinstellingen met inachtneming van het gestelde onder f. van dit lid
3. overleg over de voortgang van de activiteiten;
1. informatie-uitwisseling
2. overleg over de inschakeling van plaatselijke/regionale en landelijke ondersteuningsinstellingen met inachtneming van het gestelde onder f. van dit lid
3. overleg over de voortgang van de activiteiten;
b. het doen van voorstellen aan de Ministers over door hen te nemen maatregelen inzake de projectuitvoering, na overleg met de coördinatiegroep;
c. het periodiek en in elk geval eens per jaar rapporteren aan de Ministers over de projectvoortgang en de resultaten;
d. het doen van voorstellen aan de Minister over: 1. de algemene opzet van de projecten, de functie en vormgeving van de projectondersteuning;
2. de toetsing van de voortgang van de projecten op basis van criteria die in de betreffende circulaires zijn vastgelegd, over rapportage-eisen en evaluatie-eisen;
3. de bevordering van de samenhang en differentiatie in het faciliteitenbeleid ten opzichte van de projecten;
4. de overdraagbaarheid van projectresultaten en over maatregelen die de verspreiding ervan kunnen dienen;
5. indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft over bijstellingen van het beleid inzake de projecten;
1. de algemene opzet van de projecten, de functie en vormgeving van de projectondersteuning;
2. de toetsing van de voortgang van de projecten op basis van criteria die in de betreffende circulaires zijn vastgelegd, over rapportage-eisen en evaluatie-eisen;
3. de bevordering van de samenhang en differentiatie in het faciliteitenbeleid ten opzichte van de projecten;
4. de overdraagbaarheid van projectresultaten en over maatregelen die de verspreiding ervan kunnen dienen;
5. indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft over bijstellingen van het beleid inzake de projecten;
e. het bevorderen van plaatselijke en regionale samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van de desbetreffende projecten, door middel van het adviseren over een doelmatige opzet hiervan aan de plaaselijke en regionale projectgroepen, en aan de betreffende overheid, na overleg terzake in de coördinatiegroep;
f. het coördineren van de ondersteuning aan de uitvoering van de plaatselijke en regionale projecten, voorzover dat niet aan instellingen op plaatselijk en provinciaal niveau gevraagd wordt en van daaruit gegeven wordt mede op landelijk niveau door: 1. het bevorderen van de inventarisatie van plaatselijk en landelijk ontwikkeld materiaal;
2. het bevorderen van aanvullende materiaalontwikkeling;
3. het bevorderen van de inventarisatie van gebruikte methodieken (inclusief de inschakeling van massamedia);
4. informatievoorzieningen;
5. advies over een projectenbank;
6. het stimuleren van deskundigheidsbevordering als daaraan behoefte blijkt;
7. mee te werken aan totstandkoming van een plaatselijke, provinciale en landelijke ondersteuningsstructuur;
8. afstemming te bevorderen tussen de verschillende ondersteuningscomponenten.
1. het bevorderen van de inventarisatie van plaatselijk en landelijk ontwikkeld materiaal;
2. het bevorderen van aanvullende materiaalontwikkeling;
3. het bevorderen van de inventarisatie van gebruikte methodieken (inclusief de inschakeling van massamedia);
4. informatievoorzieningen;
5. advies over een projectenbank;
6. het stimuleren van deskundigheidsbevordering als daaraan behoefte blijkt;
7. mee te werken aan totstandkoming van een plaatselijke, provinciale en landelijke ondersteuningsstructuur;
8. afstemming te bevorderen tussen de verschillende ondersteuningscomponenten.
2. De projectgroepen brengen hun voorstellen en rapportage aan de Ministers uit, nadat zij deze ter bespreking hebben gesteld in de coördinatiegroep.
3. De Ministers geven aanwijzingen omtrent het tijdstip waarop zij voorstellen van de projectgroepen wensen te ontvangen.
a. de coördinatie van de uitvoering van de desbetreffende plaatselijke en regionale projecten door: 1. informatie-uitwisseling
2. overleg over de inschakeling van plaatselijke/regionale en landelijke ondersteuningsinstellingen met inachtneming van het gestelde onder f. van dit lid
3. overleg over de voortgang van de activiteiten;
1. informatie-uitwisseling
2. overleg over de inschakeling van plaatselijke/regionale en landelijke ondersteuningsinstellingen met inachtneming van het gestelde onder f. van dit lid
3. overleg over de voortgang van de activiteiten;
b. het doen van voorstellen aan de Ministers over door hen te nemen maatregelen inzake de projectuitvoering, na overleg met de coördinatiegroep;
c. het periodiek en in elk geval eens per jaar rapporteren aan de Ministers over de projectvoortgang en de resultaten;
d. het doen van voorstellen aan de Minister over: 1. de algemene opzet van de projecten, de functie en vormgeving van de projectondersteuning;
2. de toetsing van de voortgang van de projecten op basis van criteria die in de betreffende circulaires zijn vastgelegd, over rapportage-eisen en evaluatie-eisen;
3. de bevordering van de samenhang en differentiatie in het faciliteitenbeleid ten opzichte van de projecten;
4. de overdraagbaarheid van projectresultaten en over maatregelen die de verspreiding ervan kunnen dienen;
5. indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft over bijstellingen van het beleid inzake de projecten;
1. de algemene opzet van de projecten, de functie en vormgeving van de projectondersteuning;
2. de toetsing van de voortgang van de projecten op basis van criteria die in de betreffende circulaires zijn vastgelegd, over rapportage-eisen en evaluatie-eisen;
3. de bevordering van de samenhang en differentiatie in het faciliteitenbeleid ten opzichte van de projecten;
4. de overdraagbaarheid van projectresultaten en over maatregelen die de verspreiding ervan kunnen dienen;
5. indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft over bijstellingen van het beleid inzake de projecten;
e. het bevorderen van plaatselijke en regionale samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van de desbetreffende projecten, door middel van het adviseren over een doelmatige opzet hiervan aan de plaaselijke en regionale projectgroepen, en aan de betreffende overheid, na overleg terzake in de coördinatiegroep;
f. het coördineren van de ondersteuning aan de uitvoering van de plaatselijke en regionale projecten, voorzover dat niet aan instellingen op plaatselijk en provinciaal niveau gevraagd wordt en van daaruit gegeven wordt mede op landelijk niveau door: 1. het bevorderen van de inventarisatie van plaatselijk en landelijk ontwikkeld materiaal;
2. het bevorderen van aanvullende materiaalontwikkeling;
3. het bevorderen van de inventarisatie van gebruikte methodieken (inclusief de inschakeling van massamedia);
4. informatievoorzieningen;
5. advies over een projectenbank;
6. het stimuleren van deskundigheidsbevordering als daaraan behoefte blijkt;
7. mee te werken aan totstandkoming van een plaatselijke, provinciale en landelijke ondersteuningsstructuur;
8. afstemming te bevorderen tussen de verschillende ondersteuningscomponenten.
1. het bevorderen van de inventarisatie van plaatselijk en landelijk ontwikkeld materiaal;
2. het bevorderen van aanvullende materiaalontwikkeling;
3. het bevorderen van de inventarisatie van gebruikte methodieken (inclusief de inschakeling van massamedia);
4. informatievoorzieningen;
5. advies over een projectenbank;
6. het stimuleren van deskundigheidsbevordering als daaraan behoefte blijkt;
7. mee te werken aan totstandkoming van een plaatselijke, provinciale en landelijke ondersteuningsstructuur;
8. afstemming te bevorderen tussen de verschillende ondersteuningscomponenten.
2. De projectgroepen brengen hun voorstellen en rapportage aan de Ministers uit, nadat zij deze ter bespreking hebben gesteld in de coördinatiegroep.
3. De Ministers geven aanwijzingen omtrent het tijdstip waarop zij voorstellen van de projectgroepen wensen te ontvangen.