BWBR0003299
Geldig vanaf 1998-12-31
Artikel 12c
Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen
1. In geval van een uitkeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet, blijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboeken van de artikelen 1aen 12bbuiten beschouwing, voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
2. In geval van een premieovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwetof een kapitaalovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwetblijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboeken van de artikelen 1aen 12bbuiten beschouwing en wordt:
a. of de omvang van de uit de premieovereenkomst of kapitaaloverovereenkomst voortvloeiende periodieke pensioenuitkering voor mannen en vrouwen gelijk getrokken;
b. of de door de werkgever beschikbaar gestelde premie respectievelijk de opbouw van aanspraak op kapitaal zodanig vastgesteld dat naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling, de omvang van de pensioenen voor mannen en vrouwen gelijk wordt getrokken.
3. In geval van een uitkeringsregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingblijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de beroepsgenoot voor de toepassing van artikel 12bbuiten beschouwing voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
4. In geval van een premieregeling of een aanspraak op kapitaal op basis van een kapitaalregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingwordt de omvang van het daaruit voortvloeiende pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tweede en vierde lid.
2. In geval van een premieovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwetof een kapitaalovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwetblijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing van artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboeken van de artikelen 1aen 12bbuiten beschouwing en wordt:
a. of de omvang van de uit de premieovereenkomst of kapitaaloverovereenkomst voortvloeiende periodieke pensioenuitkering voor mannen en vrouwen gelijk getrokken;
b. of de door de werkgever beschikbaar gestelde premie respectievelijk de opbouw van aanspraak op kapitaal zodanig vastgesteld dat naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling, de omvang van de pensioenen voor mannen en vrouwen gelijk wordt getrokken.
3. In geval van een uitkeringsregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingblijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de beroepsgenoot voor de toepassing van artikel 12bbuiten beschouwing voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen.
4. In geval van een premieregeling of een aanspraak op kapitaal op basis van een kapitaalregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingwordt de omvang van het daaruit voortvloeiende pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tweede en vierde lid.