BWBR0003281
Geldig vanaf 1980-01-01
Artikel 13
Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980
1. De verwerkingssteun wordt steeds over een vierwekelijkse periode te rekenen vanaf 31 december 1979 verleend. Evenwel wordt aan door het Hoofdproduktschap aangewezen bedrijven voor de eerste maal steun verleend over een driewekelijkse periode lopend van 31 december 1979 tot en met 20 januari 1980 en vervolgens over elke daarop volgende periode van vier weken. Voor de resterende bedrijven wordt voor de eerste maal steun verleend over een periode van één week lopend van 31 december 1979 tot en met 6 januari 1980 en vervolgens over elk daaropvolgende periode van vier weken.
2. Degene die een erkenning, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, voor het verwerken van magere melkpoeder en ondermelk tot mengvoeder ingevolge Verordening 1844/77en/of Verordening 1725/79heeft verkregen dan wel degene die magere melkpoeder denatureert of verwerkt tot mengvoeder ingevolge Verordening 3314/80, is verplicht voor elke verwerkingsperiode verwerkingsstaten op te maken.
Hij dient van deze staten:
vanaf de derde dag na afloop van de periode op zijn bedrijf een exemplaar ter beschikking van de controlerende ambtenaar van de A.I.D. te houden en
uiterlijk op dezelfde dag aan Dienst Regelingen voor wat betreft het ingevolge Verordening 1844/77 verwerkte magere melkpoeder en ondermelk benevens het ingevolge Verordening 3314/80 verwerkte magere melkpoeder, alsmede aan het Hoofdproduktschap voor wat betreft het ingevolge Verordening 1844/77 en Verordening 3314/80 benevens het ingevolge Verordening 1725/79 verwerkte magere melkpoeder en ondermelk een exemplaar toe te zenden; in het laatste geval vergezeld van het door hem bij het Hoofdproduktschap in te dienen verzoek om steun voor zover hij daarop aanspraak maakt.
3. Degene die aanspraak maakt op steun voor magere melkpoeder of ondermelk dat hij heeft doen verwerken dient uiterlijk op de derde dag na afloop van de periode waarin de verwerking daarvan heeft plaatsgevonden een verzoek om steun bij het Hoofdproduktschap in te dienen, vergezeld van een overzichtsstaat in drievoud betreffende de hoeveelheden magere melkpoeder of ondermelk waarvoor steun wordt aangevraagd.
4. Het Hoofdproduktschap bepaalt welke gegevens, nodig voor de beoordeling van de verzoeken om steun – naast de gegevens bedoeld in artikel 12– de verwerkingsstaten en overzichtsstaten moeten bevatten en stelt de modellen daarvan vast.
2. Degene die een erkenning, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, voor het verwerken van magere melkpoeder en ondermelk tot mengvoeder ingevolge Verordening 1844/77en/of Verordening 1725/79heeft verkregen dan wel degene die magere melkpoeder denatureert of verwerkt tot mengvoeder ingevolge Verordening 3314/80, is verplicht voor elke verwerkingsperiode verwerkingsstaten op te maken.
Hij dient van deze staten:
vanaf de derde dag na afloop van de periode op zijn bedrijf een exemplaar ter beschikking van de controlerende ambtenaar van de A.I.D. te houden en
uiterlijk op dezelfde dag aan Dienst Regelingen voor wat betreft het ingevolge Verordening 1844/77 verwerkte magere melkpoeder en ondermelk benevens het ingevolge Verordening 3314/80 verwerkte magere melkpoeder, alsmede aan het Hoofdproduktschap voor wat betreft het ingevolge Verordening 1844/77 en Verordening 3314/80 benevens het ingevolge Verordening 1725/79 verwerkte magere melkpoeder en ondermelk een exemplaar toe te zenden; in het laatste geval vergezeld van het door hem bij het Hoofdproduktschap in te dienen verzoek om steun voor zover hij daarop aanspraak maakt.
3. Degene die aanspraak maakt op steun voor magere melkpoeder of ondermelk dat hij heeft doen verwerken dient uiterlijk op de derde dag na afloop van de periode waarin de verwerking daarvan heeft plaatsgevonden een verzoek om steun bij het Hoofdproduktschap in te dienen, vergezeld van een overzichtsstaat in drievoud betreffende de hoeveelheden magere melkpoeder of ondermelk waarvoor steun wordt aangevraagd.
4. Het Hoofdproduktschap bepaalt welke gegevens, nodig voor de beoordeling van de verzoeken om steun – naast de gegevens bedoeld in artikel 12– de verwerkingsstaten en overzichtsstaten moeten bevatten en stelt de modellen daarvan vast.