BWBR0003270
Geldig vanaf 1979-11-26
Artikel 18
Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen
1. Ter zake van de invordering van schuldvorderingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c tot en met h, en de daarmee verband houdende bedragen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, zijn de artikelen 6, eerste lid, 11 tot en met 13, 15, 17, 19, 20, 22, eerste en tweede lid, 24en 58 tot en met 67 van de Invorderingswet 1990alsmede de Kostenwet invordering rijksbelastingenvan toepassing onderscheidenlijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat verzet op de voet van artikel 17 van de Invorderingswet 1990tegen de tenuitvoerlegging van de executoriale titel welke tot stand is gekomen in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, nimmer betrekking kan hebben op de geldigheid van deze titel dan wel op de verschuldigdheid of op de juistheid van de gevorderde bedragen.
2. Ter zake van de in het eerste lid genoemde schuldvorderingen kan Onze Minister in afwijking in zoverre van artikel 17, tweede lid, de door hem aangewezen ontvanger schriftelijk opdragen met toepassing van artikel 14 van de Invorderingswet 1990over te gaan tot uitvaardiging van een dwangbevel als bedoeld in artikel 12onderscheidenlijk artikel 15 van die wet.
3. artikel 17, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Ter zake van de in het eerste lid genoemde schuldvorderingen kan Onze Minister in afwijking in zoverre van artikel 17, tweede lid, de door hem aangewezen ontvanger schriftelijk opdragen met toepassing van artikel 14 van de Invorderingswet 1990over te gaan tot uitvaardiging van een dwangbevel als bedoeld in artikel 12onderscheidenlijk artikel 15 van die wet.
3. artikel 17, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.