BWBR0003269
Geldig vanaf 1977-12-31
Artikel 4
Besluit vergoedingskosten vleeskeuringsdiensten
De in artikel 3bedoelde kostenberekening kan slechts tot toepassing van artikel 2leiden indien:
a. uit de terzake overgelegde stukken blijkt dat voor de keuringsdienst een afzonderlijk financieel en administratief beheer wordt gevoerd;
b. de berekening van de kosten instemming van Onze Ministers heeft verkregen voor zover de kosten voortvloeien uit: 1°. De aanstelling, c.q. het ontslag anders dan op eigen verzoek, van personeel van de keuringsdienst, de inpassing van de bezoldiging van het personeel in de bestaande salarisschalen of de toekenning van eventuele vergoedingen aan het personeel;
2°. het wijzigen van de salaris- c.q. vergoedingsregelingen;
3°. het verwerven, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren, pachten, verpachten of onder welke andere titel dan ook in gebruik nemen of in gebruik afstaan van registergoederen, de huisvesting van de keuringsdienst betreffende;
4°. het beëindigen van zakelijke rechten;
5°. het verbouwen of uitbreiden van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen;
6°. de aankoop van goederen, de inrichting van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen betreffende;
7°. de overeenkomsten met slachtbedrijven betreffende de uitvoering van de keuring.
1°. De aanstelling, c.q. het ontslag anders dan op eigen verzoek, van personeel van de keuringsdienst, de inpassing van de bezoldiging van het personeel in de bestaande salarisschalen of de toekenning van eventuele vergoedingen aan het personeel;
2°. het wijzigen van de salaris- c.q. vergoedingsregelingen;
3°. het verwerven, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren, pachten, verpachten of onder welke andere titel dan ook in gebruik nemen of in gebruik afstaan van registergoederen, de huisvesting van de keuringsdienst betreffende;
4°. het beëindigen van zakelijke rechten;
5°. het verbouwen of uitbreiden van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen;
6°. de aankoop van goederen, de inrichting van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen betreffende;
7°. de overeenkomsten met slachtbedrijven betreffende de uitvoering van de keuring.
c. het bestuur van de gemeente, de centrale gemeente of het lichaam desgevraagd Onze Ministers, zomede de door Onze Ministers aangewezen ambtenaren, de verlangde inlichtingen de keuringsdienst betreffende heeft verschaft en aan hen de gelegenheid heeft gegeven door boekenonderzoek of anderszins ter plaatse de noodzakelijk geachte inlichtingen in te winnen.
a. uit de terzake overgelegde stukken blijkt dat voor de keuringsdienst een afzonderlijk financieel en administratief beheer wordt gevoerd;
b. de berekening van de kosten instemming van Onze Ministers heeft verkregen voor zover de kosten voortvloeien uit: 1°. De aanstelling, c.q. het ontslag anders dan op eigen verzoek, van personeel van de keuringsdienst, de inpassing van de bezoldiging van het personeel in de bestaande salarisschalen of de toekenning van eventuele vergoedingen aan het personeel;
2°. het wijzigen van de salaris- c.q. vergoedingsregelingen;
3°. het verwerven, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren, pachten, verpachten of onder welke andere titel dan ook in gebruik nemen of in gebruik afstaan van registergoederen, de huisvesting van de keuringsdienst betreffende;
4°. het beëindigen van zakelijke rechten;
5°. het verbouwen of uitbreiden van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen;
6°. de aankoop van goederen, de inrichting van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen betreffende;
7°. de overeenkomsten met slachtbedrijven betreffende de uitvoering van de keuring.
1°. De aanstelling, c.q. het ontslag anders dan op eigen verzoek, van personeel van de keuringsdienst, de inpassing van de bezoldiging van het personeel in de bestaande salarisschalen of de toekenning van eventuele vergoedingen aan het personeel;
2°. het wijzigen van de salaris- c.q. vergoedingsregelingen;
3°. het verwerven, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren, pachten, verpachten of onder welke andere titel dan ook in gebruik nemen of in gebruik afstaan van registergoederen, de huisvesting van de keuringsdienst betreffende;
4°. het beëindigen van zakelijke rechten;
5°. het verbouwen of uitbreiden van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen;
6°. de aankoop van goederen, de inrichting van de tot de keuringsdienst behorende gebouwen betreffende;
7°. de overeenkomsten met slachtbedrijven betreffende de uitvoering van de keuring.
c. het bestuur van de gemeente, de centrale gemeente of het lichaam desgevraagd Onze Ministers, zomede de door Onze Ministers aangewezen ambtenaren, de verlangde inlichtingen de keuringsdienst betreffende heeft verschaft en aan hen de gelegenheid heeft gegeven door boekenonderzoek of anderszins ter plaatse de noodzakelijk geachte inlichtingen in te winnen.