BWBR0003267
Geldig vanaf 1980-10-01
Artikel 2
Verpakkingen- en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet)
1. Verpakkingen en gebruiksartikelen moeten voldoen aan de volgende eisen:
a. zij moeten zijn vervaardigd uit materialen die op grond van hun uit het oogpunt van volksgezondheid goede hoedanigheid zijn aangewezen door Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken tezamen zulks onder het stellen van regelen omtrent de stoffen, waaruit die materialen zijn vervaardigd;
b. zij mogen niet zijn vervaardigd uit één of meer grond- en hulpstoffen zodanig dat zij uit het oogpunt van volksgezondheid gevaar opleveren of kunnen opleveren;
c. zij mogen niet zodanige hoeveelheden stoffen aan eet- of drinkwaren afgeven of kunnen afgeven, dat die waren gevaar opleveren of kunnen opleveren voor de volksgezondheid dan wel op onaanvaardbare wijze veranderen voor wat betreft de samenstelling, geur, smaak, kleur en consistentie;
d. zij moeten zich in zindelijke staat bevinden.
2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, zijn eveneens van toepassing op eet- en drinkgerei en artikelen, bestemd om te worden gebruikt voor het voeden van zuigelingen en kleuters, alsmede op artikelen die worden gebruikt of zijn bestemd voor het verpakken van waren als bedoeld onder 1° en 15° van het Besluit van 26 maart 1921 ( Stb.638).
3. Onverminderd het in het eerste lid, onder c, bepaalde worden stoffen, afkomstig van de in het eerste lid, onder a, bedoelde materialen niet gerekend tot
- de in eet- of drinkwaren aanwezige stoffen voor zover deze aan die waren zijn afgegeven door een verpakking bedoeld in artikel 1, onder a, 1°, een gebruiksartikel, bedoeld in artikel 1, onder b, 1°, of eet- en drinkgerei,
- de in de waren als bedoeld onder 1° en 15° van het Besluit van 26 maart 1921 (Stb. 638), aanwezige stoffen voor zover deze aan die waren zijn afgegeven door de artikelen gebruikt voor het verpakken daarvan.
a. zij moeten zijn vervaardigd uit materialen die op grond van hun uit het oogpunt van volksgezondheid goede hoedanigheid zijn aangewezen door Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Economische Zaken tezamen zulks onder het stellen van regelen omtrent de stoffen, waaruit die materialen zijn vervaardigd;
b. zij mogen niet zijn vervaardigd uit één of meer grond- en hulpstoffen zodanig dat zij uit het oogpunt van volksgezondheid gevaar opleveren of kunnen opleveren;
c. zij mogen niet zodanige hoeveelheden stoffen aan eet- of drinkwaren afgeven of kunnen afgeven, dat die waren gevaar opleveren of kunnen opleveren voor de volksgezondheid dan wel op onaanvaardbare wijze veranderen voor wat betreft de samenstelling, geur, smaak, kleur en consistentie;
d. zij moeten zich in zindelijke staat bevinden.
2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, zijn eveneens van toepassing op eet- en drinkgerei en artikelen, bestemd om te worden gebruikt voor het voeden van zuigelingen en kleuters, alsmede op artikelen die worden gebruikt of zijn bestemd voor het verpakken van waren als bedoeld onder 1° en 15° van het Besluit van 26 maart 1921 ( Stb.638).
3. Onverminderd het in het eerste lid, onder c, bepaalde worden stoffen, afkomstig van de in het eerste lid, onder a, bedoelde materialen niet gerekend tot
- de in eet- of drinkwaren aanwezige stoffen voor zover deze aan die waren zijn afgegeven door een verpakking bedoeld in artikel 1, onder a, 1°, een gebruiksartikel, bedoeld in artikel 1, onder b, 1°, of eet- en drinkgerei,
- de in de waren als bedoeld onder 1° en 15° van het Besluit van 26 maart 1921 (Stb. 638), aanwezige stoffen voor zover deze aan die waren zijn afgegeven door de artikelen gebruikt voor het verpakken daarvan.