BWBR0003252
Geldig vanaf 1980-01-01
Artikel 21
Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet
1. De secretaris van het centraal tuchtgerecht zendt bericht van het ingestelde beroep aan de in artikel 12bedoelde Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
2. Partijen worden binnen een termijn van ten hoogste acht weken, nadat de zaak bij het centraal tuchtgerecht aanhangig is gemaakt, bij aangetekende brief opgeroepen om op door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De oproeping wordt ten minste twee weken voor de dag der zitting aan hen toegezonden. Het bepaalde in de artikelen 14, tweede en derde lid, tot en met 18is van overeenkomstige toepassing voor de behandeling van het beroep op het centraal tuchtgerecht.
2. Partijen worden binnen een termijn van ten hoogste acht weken, nadat de zaak bij het centraal tuchtgerecht aanhangig is gemaakt, bij aangetekende brief opgeroepen om op door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De oproeping wordt ten minste twee weken voor de dag der zitting aan hen toegezonden. Het bepaalde in de artikelen 14, tweede en derde lid, tot en met 18is van overeenkomstige toepassing voor de behandeling van het beroep op het centraal tuchtgerecht.