BWBR0003227
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 104a
Wet geluidhinder
1. Indien de aanleg of wijziging van een hoofdweg waarop de Tracéwetvan toepassing is, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen het betrokken tracé een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, zijn de artikelen 79en 99, eerste lid, niet van toepassing en wordt door Onze Minister:
a. die hogere waarde, in afwijking van artikel 110a, eerste, tweede en zevende lid, vastgesteld als onderdeel van het tracébesluit, en
b. het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 77, dan wel als voorgeschreven op grond van artikel 107, ingesteld.
2. Indien de uitvoering van een in de bijlage bij de Spoedwet wegverbreding, onder A, opgenomen wegaanpassingsproject, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen de grens van het gebied dat is begrepen in een wegaanpassingsbesluit een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, zijn de artikelen 79en 99, eerste lid,niet van toepassing en wordt door Onze Minister:
a. die hogere waarde, in afwijking van artikel 110a, eerste, tweede en zevende lid, vastgesteld als onderdeel van het wegaanpassingsbesluit, en
b. het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 77, dan wel als voorgeschreven op grond van artikel 107, ingesteld.
3. Indien een in de bijlage bij de Spoedwet wegverbreding, onder B, opgenomen wegaanpassingsproject, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen de grens van het gebied dat is begrepen in een geluidplan een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, zijn de artikelen 79en 99, eerste lid, niet van toepassing en wordt door Onze Minister:
a. die hogere waarde, in afwijking van artikel 110a, eerste, tweede en zevende lid, vastgesteld als onderdeel van het geluidplan, en
b. het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 77, dan wel als voorgeschreven op grond van artikel 107, ingesteld.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt:
a. in artikel 83, eerste lid, voor «53 dB» gelezen: 58 dB;
b. in artikel 110a, zesde lid, in plaats van «geven burgemeester en wethouders» gelezen «geeft Onze Minister» en wordt in plaats van «naar hun oordeel» gelezen «naar zijn oordeel»;
c. in artikel 110b, eerste lid, in plaats van «kunnen burgemeester en wethouders» gelezen «kan Onze Minister»;
d. in artikel 110b, tweede lid, in plaats van «kunnen gedeputeerde staten» gelezen «kan Onze Minister»;
e. in artikel 111b in plaats van «treffen burgemeester en wethouders» gelezen «treft de beheerder», en
f. in artikel 112 in plaats van «treffen burgemeester en wethouders» gelezen «treft Onze Minister»;
g. in artikel 114a, tweede lid, onderdeel c, in plaats van «burgemeester en wethouders aan de rechthebbende mededeling doen» gelezen «Onze Minister aan de rechthebbende mededeling doet».
5. Bij de toepassing van het eerste tot en met derde lid neemt het bevoegd gezag een maatregel gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, niet in aanmerking, indien het treffen daarvan:
a. financieel niet doelmatig is met betrekking tot het beperken van de geluidsbelasting, dan wel
b. stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard.
Onze Minister stelt regels voor de toepassing van het criterium, bedoeld onder a.
a. die hogere waarde, in afwijking van artikel 110a, eerste, tweede en zevende lid, vastgesteld als onderdeel van het tracébesluit, en
b. het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 77, dan wel als voorgeschreven op grond van artikel 107, ingesteld.
2. Indien de uitvoering van een in de bijlage bij de Spoedwet wegverbreding, onder A, opgenomen wegaanpassingsproject, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen de grens van het gebied dat is begrepen in een wegaanpassingsbesluit een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, zijn de artikelen 79en 99, eerste lid,niet van toepassing en wordt door Onze Minister:
a. die hogere waarde, in afwijking van artikel 110a, eerste, tweede en zevende lid, vastgesteld als onderdeel van het wegaanpassingsbesluit, en
b. het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 77, dan wel als voorgeschreven op grond van artikel 107, ingesteld.
3. Indien een in de bijlage bij de Spoedwet wegverbreding, onder B, opgenomen wegaanpassingsproject, leidt tot aanleg, reconstructie of wijziging van een weg of spoorweg, en daartoe binnen de grens van het gebied dat is begrepen in een geluidplan een hogere waarde vereist is voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege die weg of spoorweg, zijn de artikelen 79en 99, eerste lid, niet van toepassing en wordt door Onze Minister:
a. die hogere waarde, in afwijking van artikel 110a, eerste, tweede en zevende lid, vastgesteld als onderdeel van het geluidplan, en
b. het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 77, dan wel als voorgeschreven op grond van artikel 107, ingesteld.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt:
a. in artikel 83, eerste lid, voor «53 dB» gelezen: 58 dB;
b. in artikel 110a, zesde lid, in plaats van «geven burgemeester en wethouders» gelezen «geeft Onze Minister» en wordt in plaats van «naar hun oordeel» gelezen «naar zijn oordeel»;
c. in artikel 110b, eerste lid, in plaats van «kunnen burgemeester en wethouders» gelezen «kan Onze Minister»;
d. in artikel 110b, tweede lid, in plaats van «kunnen gedeputeerde staten» gelezen «kan Onze Minister»;
e. in artikel 111b in plaats van «treffen burgemeester en wethouders» gelezen «treft de beheerder», en
f. in artikel 112 in plaats van «treffen burgemeester en wethouders» gelezen «treft Onze Minister»;
g. in artikel 114a, tweede lid, onderdeel c, in plaats van «burgemeester en wethouders aan de rechthebbende mededeling doen» gelezen «Onze Minister aan de rechthebbende mededeling doet».
5. Bij de toepassing van het eerste tot en met derde lid neemt het bevoegd gezag een maatregel gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, niet in aanmerking, indien het treffen daarvan:
a. financieel niet doelmatig is met betrekking tot het beperken van de geluidsbelasting, dan wel
b. stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard.
Onze Minister stelt regels voor de toepassing van het criterium, bedoeld onder a.