BWBR0003214
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 3
Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979
1. Degene, die ingevolge artikel 2de aldaar bedoelde boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie dient bij te houden, is verplicht van de daarin opgenomen aflevering van interventieprodukten, anders dan aan kleinverbruikers, aan Dienst Regelingen opgave te doen van de dag van aflevering en de afgeleverde hoeveelheden, onderscheiden naar hun aard en herkomst, alsook van de naam en het adres van de afnemer.
Indien degene, die de interventieprodukten aflevert, deze niet zelf uit interventie heeft aangekocht, dient bij de opgave tevens melding te worden gemaakt van de naam en het adres van de leverancier, wiens verplichtingen door de aflevering tegenover de Minister of het desbetreffende buitenlandse interventiebureau worden gekweten.
2. De opgaven dienen te geschieden op door de Minister ter beschikking gestelde formulieren, waarvan de modellen door de Minister zijn opgesteld in overleg met het desbetreffende produktschap en met inachtneming van de communautaire bepalingen, voor de toepassing waarvan zij dienen.
3. De opgaven dienen volledig, naar waarheid en met inachtneming van de op de formulieren gestelde onderscheidingen en aanwijzingen te worden gedaan en moeten gedateerd en ondertekend bij Dienst Regelingen worden ingediend binnen de door de Minister gestelde termijnen en met de door hem voorgeschreven periodiciteit.
Indien degene, die de interventieprodukten aflevert, deze niet zelf uit interventie heeft aangekocht, dient bij de opgave tevens melding te worden gemaakt van de naam en het adres van de leverancier, wiens verplichtingen door de aflevering tegenover de Minister of het desbetreffende buitenlandse interventiebureau worden gekweten.
2. De opgaven dienen te geschieden op door de Minister ter beschikking gestelde formulieren, waarvan de modellen door de Minister zijn opgesteld in overleg met het desbetreffende produktschap en met inachtneming van de communautaire bepalingen, voor de toepassing waarvan zij dienen.
3. De opgaven dienen volledig, naar waarheid en met inachtneming van de op de formulieren gestelde onderscheidingen en aanwijzingen te worden gedaan en moeten gedateerd en ondertekend bij Dienst Regelingen worden ingediend binnen de door de Minister gestelde termijnen en met de door hem voorgeschreven periodiciteit.