BWBR0003214
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 2
Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979
1. Degene, die produkten, waarvan hij weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat het interventieprodukten zijn, bedrijfsmatig voorhanden of in voorraad heeft, be- of verwerkt, dan wel ontvangt of aflevert is verplicht ter zake van de desbetreffende door hem verrichte gedragingen een dagelijks bij te houden boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie te voeren en deze boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie, alsmede de in het tweede lid bedoelde bescheiden, gedurende drie jaren te bewaren.
2. De in het eerste lid bedoelde boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie dienen volledig te zijn, nauwkeurig en naar waarheid te worden bijgehouden en zodanig te zijn ingericht dat daaruit de volgende gegevens kunnen worden gekend, gestaafd door leveringsbewijzen, facturen en verwerkingsstaten:
a. de dag van ontvangst en de ontvangen hoeveelheden interventieprodukten, onderscheiden naar hun aard en herkomst, alsmede de naam en het adres van de leverancier;
b. de dag van be- of verwerking en de be- of verwerkte hoeveelheden interventieprodukten, alsmede de daarnaast in de voorraden interventieprodukten als gevolg van retourzendingen, verliezen of soortgelijke oorzaken en in voorkomende gevallen vervoedering, onderscheiden naar aard en hoeveelheid van deze produkten, opgetreden wijzigingen;
c. de dag van aflevering en de afgeleverde hoeveelheden interventieprodukten en, indien het mager melkpoeder betreft, het mengvoeder waarvan het bestanddeel vormt, onderscheiden naar hun aard en herkomst alsmede de naam en het adres van de afnemer, geen kleinverbruiker zijnde;
d. indien de be- of verwerking van de interventieprodukten bestaat uit of gepaard gaat met denatureren: bovendien de hierbij gebruikte denaturatiemiddelen, onderscheiden naar hun aard en hoeveelheden.
3. De bovenstaande gegevens dienen voor elk stadium van be- of verwerking waarin de interventieprodukten zich in het bedrijf bevinden afzonderlijk te worden vermeld.
4. Indien interventieprodukten van meer dan een leverancier zijn ontvangen, dient de boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie tevens zodanig te zijn ingericht, dat daaruit blijkt met welke van de ontvangen hoeveelheden de afgeleverde hoeveelheden interventieprodukten overeenkomen.
5. Het bepaalde in de voorgaande leden laat onverlet de door het desbetreffende produktschap ter zake voorgeschreven nadere regelen.
2. De in het eerste lid bedoelde boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie dienen volledig te zijn, nauwkeurig en naar waarheid te worden bijgehouden en zodanig te zijn ingericht dat daaruit de volgende gegevens kunnen worden gekend, gestaafd door leveringsbewijzen, facturen en verwerkingsstaten:
a. de dag van ontvangst en de ontvangen hoeveelheden interventieprodukten, onderscheiden naar hun aard en herkomst, alsmede de naam en het adres van de leverancier;
b. de dag van be- of verwerking en de be- of verwerkte hoeveelheden interventieprodukten, alsmede de daarnaast in de voorraden interventieprodukten als gevolg van retourzendingen, verliezen of soortgelijke oorzaken en in voorkomende gevallen vervoedering, onderscheiden naar aard en hoeveelheid van deze produkten, opgetreden wijzigingen;
c. de dag van aflevering en de afgeleverde hoeveelheden interventieprodukten en, indien het mager melkpoeder betreft, het mengvoeder waarvan het bestanddeel vormt, onderscheiden naar hun aard en herkomst alsmede de naam en het adres van de afnemer, geen kleinverbruiker zijnde;
d. indien de be- of verwerking van de interventieprodukten bestaat uit of gepaard gaat met denatureren: bovendien de hierbij gebruikte denaturatiemiddelen, onderscheiden naar hun aard en hoeveelheden.
3. De bovenstaande gegevens dienen voor elk stadium van be- of verwerking waarin de interventieprodukten zich in het bedrijf bevinden afzonderlijk te worden vermeld.
4. Indien interventieprodukten van meer dan een leverancier zijn ontvangen, dient de boekhouding en voorraad- of fabrieksadministratie tevens zodanig te zijn ingericht, dat daaruit blijkt met welke van de ontvangen hoeveelheden de afgeleverde hoeveelheden interventieprodukten overeenkomen.
5. Het bepaalde in de voorgaande leden laat onverlet de door het desbetreffende produktschap ter zake voorgeschreven nadere regelen.