BWBR0003190
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 6
Beschikking bijdragen werknemers Midden-Delfland
1. Aan de toekenning van de loondervingsbijdrage wordt de voorwaarde verbonden dat ter zake van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen aanvraag voor een bijdrage of vergoeding uit hoofde van een regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw wordt ingediend.
2. Aan de toekenning van de loondervingsbijdage wordt, indien de werknemer de in artikel 7, eerste lid, onder a, bedoelde maandelijkse uitkering wordt toegekend, het voorschrift verbonden dat:
a. de werknemer telkens na afloop van een tijdvak van drie maanden een schriftelijke verklaring aan de directeur overlegt;
b. de werknemer, indien hij een nieuwe dienstbetrekking aanvangt dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep gaat uitoefenen, hiervan binnen 14 dagen na de dag waarop de dienstbetrekking aanvangt onderscheidenlijk wordt begonnen met de uitoefening van het bedrijf of beroep schriftelijk mededeling doet aan de directeur.
3. In de in het tweede lid, onder a, bedoelde verklaring dient de werknemer te verklaren of hij de afgelopen drie maanden een dienstbetrekking heeft vervuld dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep heeft uitgeoefend, en, indien dit het geval is, welke de dienstbetrekking onderscheidenlijk welk dit bedrijf of beroep is.
4. De reconstructiecommissie kan andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden en voorschriften aan de toekenning van de bijdrage verbinden, met dien verstande dat deze slechts mogen strekken ter bescherming van de belangen, die artikel 13 van de wetbeoogt te dienen.
5. De in het vierde lid bedoelde voorwaarden en voorschriften behoeven de goedkeuring van de directeur.
2. Aan de toekenning van de loondervingsbijdage wordt, indien de werknemer de in artikel 7, eerste lid, onder a, bedoelde maandelijkse uitkering wordt toegekend, het voorschrift verbonden dat:
a. de werknemer telkens na afloop van een tijdvak van drie maanden een schriftelijke verklaring aan de directeur overlegt;
b. de werknemer, indien hij een nieuwe dienstbetrekking aanvangt dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep gaat uitoefenen, hiervan binnen 14 dagen na de dag waarop de dienstbetrekking aanvangt onderscheidenlijk wordt begonnen met de uitoefening van het bedrijf of beroep schriftelijk mededeling doet aan de directeur.
3. In de in het tweede lid, onder a, bedoelde verklaring dient de werknemer te verklaren of hij de afgelopen drie maanden een dienstbetrekking heeft vervuld dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep heeft uitgeoefend, en, indien dit het geval is, welke de dienstbetrekking onderscheidenlijk welk dit bedrijf of beroep is.
4. De reconstructiecommissie kan andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden en voorschriften aan de toekenning van de bijdrage verbinden, met dien verstande dat deze slechts mogen strekken ter bescherming van de belangen, die artikel 13 van de wetbeoogt te dienen.
5. De in het vierde lid bedoelde voorwaarden en voorschriften behoeven de goedkeuring van de directeur.