BWBR0003131
Geldig vanaf 1977-09-24
Artikel 3
Regeling inrichting rassenlijst bosbouwgewassen
1. De commissie gaat slechts tot vermelding in de rassenlijst in de rubriek ‘bestemd voor de produktie van geselecteerd teeltmateriaal’ over indien:
a. het uitgangsmateriaal wegens zijn kwaliteit geschikt lijkt voor vermeerdering en er geen vermoeden bestaat dat het ongunstige eigenschappen met het oog op de bosbouw in Nederland heeft;
b. met betrekking tot de beoordeling van het uitgangsmateriaal de in bijlage I van de Richtlijn vervatte eisen in acht genomen zijn.
2. Van uitgangsmateriaal, bestemd voor de produktie van geselecteerd teeltmateriaal, wordt in de rassenlijst het herkomstgebied vermeld.
3. Een herkomstgebied is voor een bepaalde soort, ondersoort of variëteit een gebied of een geheel van gebieden waarin de ecologische omstandigheden gelijk of nagenoeg gelijk zijn en waarin zich opstanden bevinden met overeenkomstige fenotypische of genetische eigenschappen.
4. Indien het uitgangsmateriaal een zaadtuin betreft, is het herkomstgebied dat van het uitgangsmateriaal, dat voor de aanleg van de zaadtuin is gebruikt.
a. het uitgangsmateriaal wegens zijn kwaliteit geschikt lijkt voor vermeerdering en er geen vermoeden bestaat dat het ongunstige eigenschappen met het oog op de bosbouw in Nederland heeft;
b. met betrekking tot de beoordeling van het uitgangsmateriaal de in bijlage I van de Richtlijn vervatte eisen in acht genomen zijn.
2. Van uitgangsmateriaal, bestemd voor de produktie van geselecteerd teeltmateriaal, wordt in de rassenlijst het herkomstgebied vermeld.
3. Een herkomstgebied is voor een bepaalde soort, ondersoort of variëteit een gebied of een geheel van gebieden waarin de ecologische omstandigheden gelijk of nagenoeg gelijk zijn en waarin zich opstanden bevinden met overeenkomstige fenotypische of genetische eigenschappen.
4. Indien het uitgangsmateriaal een zaadtuin betreft, is het herkomstgebied dat van het uitgangsmateriaal, dat voor de aanleg van de zaadtuin is gebruikt.