BWBR0003116
Geldig vanaf 1977-07-23
Artikel 16
Beschikking C.C.O.O.
1. Zowel de Minister als de leden zijn bevoegd een onderwerp ter plaatsing op de agenda op te geven.
2. De agenda wordt vastgesteld door de Minister na overleg met een vertegenwoordiger van elk van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde organisaties.
3. De voor het overleg benodigde stukken worden de Minister en de leden van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg ten minste 10 dagen tevoren toegezonden, met dien verstande dat deze periode twee weekeinden zal omvatten. In spoedeisende gevallen kan met een kortere termijn worden volstaan.
4. De in het vorige lid bedoelde stukken zijn zo mogelijk vergezeld van een mededeling omtrent het terzake door de Minister ingenomen voorlopig standpunt.
leder lid is bevoegd binnen een door de Minister te bepalen termijn schriftelijk zijn opmerkingen omtrent de te bespreken onderwerpen in te dienen. Het secretariaat zorgt zo nodig voor de toezending van die opmerkingen aan de overige leden van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg.
5. Van het overleg in de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg worden door de secretaris notulen gemaakt, die aan de Minister en de leden van die commissie worden toegezonden. De notulen worden vastgesteld door de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg.
6. Vervallen
7. Deskundigen en speciale deskundigen ontvangen de voor hen van belang zijnde stukken, indien hun aanwezigheid ter vergadering tijdig wordt gemeld.
2. De agenda wordt vastgesteld door de Minister na overleg met een vertegenwoordiger van elk van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde organisaties.
3. De voor het overleg benodigde stukken worden de Minister en de leden van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg ten minste 10 dagen tevoren toegezonden, met dien verstande dat deze periode twee weekeinden zal omvatten. In spoedeisende gevallen kan met een kortere termijn worden volstaan.
4. De in het vorige lid bedoelde stukken zijn zo mogelijk vergezeld van een mededeling omtrent het terzake door de Minister ingenomen voorlopig standpunt.
leder lid is bevoegd binnen een door de Minister te bepalen termijn schriftelijk zijn opmerkingen omtrent de te bespreken onderwerpen in te dienen. Het secretariaat zorgt zo nodig voor de toezending van die opmerkingen aan de overige leden van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg.
5. Van het overleg in de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg worden door de secretaris notulen gemaakt, die aan de Minister en de leden van die commissie worden toegezonden. De notulen worden vastgesteld door de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg.
6. Vervallen
7. Deskundigen en speciale deskundigen ontvangen de voor hen van belang zijnde stukken, indien hun aanwezigheid ter vergadering tijdig wordt gemeld.