BWBR0003074
Geldig vanaf 1976-12-02
Artikel 4
Beschikking afgifte certificaten inzake goederenverkeer 1976
1. Nadat de aanvraag tot afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer is voorzien van de in artikel 3, tweede lid, van het besluitbedoelde bevinding, wordt hij in handen gesteld van de ambtenaar bij wie de aangifte ten uitvoer wordt gedaan dan wel, indien er sprake is van een vereenvoudigde procedure waarbij de belanghebbende zelf de uitvoerformaliteiten vervult, van de inspecteur onder wie de belanghebbende ressorteert.
2. De ambtenaar beslist, indien hij van oordeel is dat op de aanvraag een certificaat inzake goederenverkeer kan worden afgegeven.
3. Indien de ambtenaar van oordeel is, dat op de aanvraag geen certificaat inzake goederenverkeer kan worden afgegeven, legt hij de aanvraag voor aan de inspecteur. De inspecteur beslist op de aanvraag.
2. De ambtenaar beslist, indien hij van oordeel is dat op de aanvraag een certificaat inzake goederenverkeer kan worden afgegeven.
3. Indien de ambtenaar van oordeel is, dat op de aanvraag geen certificaat inzake goederenverkeer kan worden afgegeven, legt hij de aanvraag voor aan de inspecteur. De inspecteur beslist op de aanvraag.