BWBR0003067
Geldig vanaf 1976-12-02
Artikel 4a
Besluit afgifte oorsprongsverklaringen 1976
1. Het is een ieder verboden een verklaring inzake goederenverkeer op te maken of te doen opmaken teneinde de goederen, waarop die verklaring betrekking heeft, in het buitenland in aanmerking te doen komen voor een voorkeursbehandeling, indien hij niet over gegevens beschikt op grond waarvan hij mag aannemen, dat die goederen voldoen aan de normen inzake de oorsprong, vastgesteld bij de van toepassing zijnde internationale afspraak.
2. Bewijsstukken, waaruit blijkt dat de goederen voldoen aan de in het eerste lid bedoelde normen inzake de oorsprong, moeten ten minste vijf jaren worden bewaard.
3. Het is aan anderen dan degene, die de goederen aan de buitenlandse afnemer levert, verboden een verklaring inzake goederenverkeer op te maken zonder daartoe voor die verklaring afzonderlijk van de leverancier een schriftelijke machtiging te hebben ontvangen, welke mede een verklaring inhoudt, dat die goederen voldoen aan de normen inzake de oorsprong, bedoeld in het eerste lid.
2. Bewijsstukken, waaruit blijkt dat de goederen voldoen aan de in het eerste lid bedoelde normen inzake de oorsprong, moeten ten minste vijf jaren worden bewaard.
3. Het is aan anderen dan degene, die de goederen aan de buitenlandse afnemer levert, verboden een verklaring inzake goederenverkeer op te maken zonder daartoe voor die verklaring afzonderlijk van de leverancier een schriftelijke machtiging te hebben ontvangen, welke mede een verklaring inhoudt, dat die goederen voldoen aan de normen inzake de oorsprong, bedoeld in het eerste lid.