BWBR0003059
Geldig vanaf 1976-11-01
Artikel 4
Besluit aflevering Opiumwetmiddelen op recept
1. Gevestigde apothekers zijn verplicht de recepten waarop zij een middel hebben afgeleverd gedurende ten minste zes jaren afzonderlijk in de apotheek te bewaren, gerangschikt achtereenvolgens op naam van degeen, die het heeft voorgeschreven, op naam van de substantie en op datum van aflevering; in geval het een preparaat betreft dat meer dan één substantie bevat, moet ter uitvoering van de voorgaande volzin, het daartoe benodigde aantal kopieën van het recept worden gemaakt.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van recepten waarop preparaten, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zijn voorgeschreven.
3. De in het eerste lid bedoelde recepten moeten gedurende de in dat lid genoemde periode door gevestigde apothekers ter beschikking van de inspecteur worden gehouden.
4. Gevestigde apothekers zijn verplicht kopieën van de recepten, bedoeld in het eerste lid, welke betrekking hebben op de gevallen, waarin een middel is afgeleverd aan degeen die het heeft voorgeschreven of aan een ingevolge artikel 6, derde lid, van de wet aangewezen instelling, op de eerste dag van elk kwartaal bij aangetekende brief te verzenden aan de hoofdinspecteur.
5. Apotheekhoudende artsen zijn verplicht de recepten waarop zij middelen, met uitzondering van de in het tweede lid bedoelde preparaten, hebben voorgeschreven gedurende ten minste zes jaren te bewaren en gedurende die periode ter beschikking van de inspecteur te houden.
6. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op bestellingen bij apothekers.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van recepten waarop preparaten, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, zijn voorgeschreven.
3. De in het eerste lid bedoelde recepten moeten gedurende de in dat lid genoemde periode door gevestigde apothekers ter beschikking van de inspecteur worden gehouden.
4. Gevestigde apothekers zijn verplicht kopieën van de recepten, bedoeld in het eerste lid, welke betrekking hebben op de gevallen, waarin een middel is afgeleverd aan degeen die het heeft voorgeschreven of aan een ingevolge artikel 6, derde lid, van de wet aangewezen instelling, op de eerste dag van elk kwartaal bij aangetekende brief te verzenden aan de hoofdinspecteur.
5. Apotheekhoudende artsen zijn verplicht de recepten waarop zij middelen, met uitzondering van de in het tweede lid bedoelde preparaten, hebben voorgeschreven gedurende ten minste zes jaren te bewaren en gedurende die periode ter beschikking van de inspecteur te houden.
6. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op bestellingen bij apothekers.