BWBR0003059
Geldig vanaf 1976-11-01
Artikel 3
Besluit aflevering Opiumwetmiddelen op recept
1. Artikel 2is niet van toepassing ten aanzien van preparaten die geen andere dan de in onderdeel a, onder 2, van de bij de wet behorende Lijst II genoemde substanties bevatten.
2. Artikel 2is eveneens niet van toepassing ten aanzien van de hierna genoemde preparaten:
a. preparaten van: acetyldihydrocodeïne; codeïne; dihydrocodeïne; ethylmorfine; nicocodine; nicodicodine; norcodeïne, en pholcodine, een en ander voor zover het preparaat is samengesteld met een of meer andere bestanddelen en per doseringseenheid niet meer dan 100 mg van genoemde substantie bevat, dan wel, in geval het een onverdeeld preparaat betreft, de concentratie van die substantie in het preparaat niet meer bedraagt dan 2,5 procent;
b. preparaten van propiram die niet meer dan 100 mg propiram per doserings-eenheid bevatten en waaraan ten minste een gelijke hoeveelheid methylcellulose is toegevoegd;
c. preparaten van dextropropoxyfeen voor oraal gebruik die niet meer dan 135 mg dextropropoxyfeen base per doseringseenheid bevatten dan wel waarin, in geval het een onverdeeld preparaat betreft, de concentratie van die substantie niet hoger is dan 2,5 procent;
d. preparaten van cocaïne die niet meer dan 0,1 procent cocaïne, berekend als base, bevatten en preparaten van opium of morfine die niet meer dan 0,2 procent morfine, berekend als watervrije base, bevatten, een en ander voor zover die preparaten zodanig zijn samengesteld dat genoemde substanties niet op eenvoudige wijze of in zodanige omvang kunnen worden teruggewonnen dat een gevaar voor de volksgezondheid ontstaat;
e. preparaten van difenoxine die per doseringseenheid niet meer dan 0,5 mg difenoxine bevatten alsmede een hoeveelheid atropinesulfaat van ten minste 5 procent van de hoeveeelheid difenoxine;
f. preparaten van difenoxylaat die per doseringseenheid niet meer dan 2,5 mg difenoxylaat, berekend als base, bevatten alsmede een hoeveeelheid atropinesulfaat van ten minste 1 procent van de hoeveeelheid difenoxylaat;
g. pulvis ipecacuanhae en opii compositus, bestaande uit: 10 procent opium in poedervorm, 10 procent ipecacuanhawortel in poedervorm, goed vermengd met 80 procent van een ander bestanddeel in poedervorm dat geen middel als bedoeld in artikel 2 en 3 van de wet bevat;
h. preparaten die in samenstelling overeenstemmen met een van de onder a tot en met g genoemde preparaten en mengsels van zodanige preparaten met enig materiaal dat geen middel als bedoeld in artikel 2 en 3 van de wet bevat.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde preparaten mogen door gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen slechts worden afgeleverd op een in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorzieningbedoeld recept van een arts of een tandarts, dan wel op een in artikel 1 van de Diergeneesmiddelenwetbedoeld recept van een dierenarts als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
2. Artikel 2is eveneens niet van toepassing ten aanzien van de hierna genoemde preparaten:
a. preparaten van: acetyldihydrocodeïne; codeïne; dihydrocodeïne; ethylmorfine; nicocodine; nicodicodine; norcodeïne, en pholcodine, een en ander voor zover het preparaat is samengesteld met een of meer andere bestanddelen en per doseringseenheid niet meer dan 100 mg van genoemde substantie bevat, dan wel, in geval het een onverdeeld preparaat betreft, de concentratie van die substantie in het preparaat niet meer bedraagt dan 2,5 procent;
b. preparaten van propiram die niet meer dan 100 mg propiram per doserings-eenheid bevatten en waaraan ten minste een gelijke hoeveelheid methylcellulose is toegevoegd;
c. preparaten van dextropropoxyfeen voor oraal gebruik die niet meer dan 135 mg dextropropoxyfeen base per doseringseenheid bevatten dan wel waarin, in geval het een onverdeeld preparaat betreft, de concentratie van die substantie niet hoger is dan 2,5 procent;
d. preparaten van cocaïne die niet meer dan 0,1 procent cocaïne, berekend als base, bevatten en preparaten van opium of morfine die niet meer dan 0,2 procent morfine, berekend als watervrije base, bevatten, een en ander voor zover die preparaten zodanig zijn samengesteld dat genoemde substanties niet op eenvoudige wijze of in zodanige omvang kunnen worden teruggewonnen dat een gevaar voor de volksgezondheid ontstaat;
e. preparaten van difenoxine die per doseringseenheid niet meer dan 0,5 mg difenoxine bevatten alsmede een hoeveelheid atropinesulfaat van ten minste 5 procent van de hoeveeelheid difenoxine;
f. preparaten van difenoxylaat die per doseringseenheid niet meer dan 2,5 mg difenoxylaat, berekend als base, bevatten alsmede een hoeveeelheid atropinesulfaat van ten minste 1 procent van de hoeveeelheid difenoxylaat;
g. pulvis ipecacuanhae en opii compositus, bestaande uit: 10 procent opium in poedervorm, 10 procent ipecacuanhawortel in poedervorm, goed vermengd met 80 procent van een ander bestanddeel in poedervorm dat geen middel als bedoeld in artikel 2 en 3 van de wet bevat;
h. preparaten die in samenstelling overeenstemmen met een van de onder a tot en met g genoemde preparaten en mengsels van zodanige preparaten met enig materiaal dat geen middel als bedoeld in artikel 2 en 3 van de wet bevat.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde preparaten mogen door gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen slechts worden afgeleverd op een in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorzieningbedoeld recept van een arts of een tandarts, dan wel op een in artikel 1 van de Diergeneesmiddelenwetbedoeld recept van een dierenarts als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van de wet.