BWBR0003032
Geldig vanaf 1976-05-01
Artikel 4
Zuiderzeesteunbesluit 1976
1. Het op de voet van artikel 3bepaalde bedrag van de geldelijke tegemoetkoming wordt beperkt in de verhouding waarin de bij de uitoefening van de IJsselmeervisserij in de jaren 1950-1952 gemiddeld daaraan ontleende netto-inkomsten per jaar minder dan f 2460 bedroegen dan wel, indien de belanghebbende in loondienst werkzaam was, minder dan f 2280 bedroegen.
2. Indien bijzondere omstandigheden de in het eerste lid bedoelde inkomsten van de belanghebbende buiten zijn wil nadelig hebben beïnvloed, waardoor toepassing van het in dat lid bepaalde tot een voor hem onbillijk resultaat zou leiden, wordt, in de plaats van hetgeen de aan de IJsselmeervisserij ontleende inkomsten bedroegen in het jaar of de jaren waarin die omstandigheden zich hebben voorgedaan, in aanmerking genomen hetgeen die inkomsten bedroegen in de jaren 1948 en 1949. Hetzelfde geschiedt indien de belanghebbenden de IJsselmeervisserij in een der jaren 1950, 1951 of 1952 heeft verlaten.
2. Indien bijzondere omstandigheden de in het eerste lid bedoelde inkomsten van de belanghebbende buiten zijn wil nadelig hebben beïnvloed, waardoor toepassing van het in dat lid bepaalde tot een voor hem onbillijk resultaat zou leiden, wordt, in de plaats van hetgeen de aan de IJsselmeervisserij ontleende inkomsten bedroegen in het jaar of de jaren waarin die omstandigheden zich hebben voorgedaan, in aanmerking genomen hetgeen die inkomsten bedroegen in de jaren 1948 en 1949. Hetzelfde geschiedt indien de belanghebbenden de IJsselmeervisserij in een der jaren 1950, 1951 of 1952 heeft verlaten.