BWBR0003032
Geldig vanaf 1976-05-01
Artikel 2
Zuiderzeesteunbesluit 1976
1. Degenen die op het tijdstip van het in werking treden van dit besluit in het genot zijn van een geldelijke tegemoetkoming op grond van het Zuiderzeesteunbesluit 1963hebben recht op een geldelijke tegemoetkoming volgens dit besluit.
2. Voorts kan een geldelijke tegemoetkoming worden toegekend aan:
a. belanghebbenden, die de IJsselmeervisserij na 31 december 1949 doch uiterlijk 31 mei 1976 hebben verlaten, tenzij, indien zij houder waren van een krachtens artikel 17 van de Visserijwet (Stb. 1931, 410) of artikel 21 van de Visserijwet 1963 (Stb. 312) verleende visvergunning, hun bedrijf na 15 augustus 1966 bij opvolging is of wordt voortgezet;
b. weduwen van een belanghebbende, die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en vóór 1 januari 1913 zijn geboren, terwijl haar overleden echtgenoot tot zijn overlijden in het genot was van een geldelijke tegemoetkoming op grond van het Zuiderzeesteunbesluit 1963 of van dit besluit dan wel, indien hij op het tijdstip van zijn overlijden de IJsselmeervisserij zou hebben verlaten, ingevolge het Zuiderzeesteunbesluit 1963 of dit besluit voor toekenning van zodanige geldelijke tegemoetkoming in aanmerking zou zijn gekomen.
3. Het bedrag van de geldelijke tegemoetkoming wordt bepaald volgens de artikelen 3- 8van dit besluit.
2. Voorts kan een geldelijke tegemoetkoming worden toegekend aan:
a. belanghebbenden, die de IJsselmeervisserij na 31 december 1949 doch uiterlijk 31 mei 1976 hebben verlaten, tenzij, indien zij houder waren van een krachtens artikel 17 van de Visserijwet (Stb. 1931, 410) of artikel 21 van de Visserijwet 1963 (Stb. 312) verleende visvergunning, hun bedrijf na 15 augustus 1966 bij opvolging is of wordt voortgezet;
b. weduwen van een belanghebbende, die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en vóór 1 januari 1913 zijn geboren, terwijl haar overleden echtgenoot tot zijn overlijden in het genot was van een geldelijke tegemoetkoming op grond van het Zuiderzeesteunbesluit 1963 of van dit besluit dan wel, indien hij op het tijdstip van zijn overlijden de IJsselmeervisserij zou hebben verlaten, ingevolge het Zuiderzeesteunbesluit 1963 of dit besluit voor toekenning van zodanige geldelijke tegemoetkoming in aanmerking zou zijn gekomen.
3. Het bedrag van de geldelijke tegemoetkoming wordt bepaald volgens de artikelen 3- 8van dit besluit.