BWBR0002959
Geldig vanaf 1975-04-22
Artikel 4
Instelling Adviescommissie Beeldende Kunsten Buitenland
1. De commissie bestaat uit acht leden, onder wie de voorzitter.
2. De voorzitter en de overige leden worden door de Minister benoemd en ontslagen.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a. twee leden op voordracht van landelijke beroepsverenigingen voor beeldende kunstenaars;
b. vier leden op voordracht van de Raad voor de Kunst, te weten een beeldend kunstenaar, een ontwerper of architect, een kunstcriticus en een deskundige op het gebied van de gebonden kunsten;
c. een lid op voordracht van de Coördinatie-commissie voor Buitenlandse Tentoonstellingen, uit de directeuren van de vijf musea voor moderne kunst in deze commissie vertegenwoordigd;
d. een lid uit de kring van de deelnemers aar het overleg tussen de kleinere musea en de culturele centra.
4. De Minister wijst een ambtenaar van zijn departement aan als secretaris van de commissie en van de projectgroepen. Zonodig kan de Minister aan de secretaris een adjunct-secretaris toevoegen.
2. De voorzitter en de overige leden worden door de Minister benoemd en ontslagen.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a. twee leden op voordracht van landelijke beroepsverenigingen voor beeldende kunstenaars;
b. vier leden op voordracht van de Raad voor de Kunst, te weten een beeldend kunstenaar, een ontwerper of architect, een kunstcriticus en een deskundige op het gebied van de gebonden kunsten;
c. een lid op voordracht van de Coördinatie-commissie voor Buitenlandse Tentoonstellingen, uit de directeuren van de vijf musea voor moderne kunst in deze commissie vertegenwoordigd;
d. een lid uit de kring van de deelnemers aar het overleg tussen de kleinere musea en de culturele centra.
4. De Minister wijst een ambtenaar van zijn departement aan als secretaris van de commissie en van de projectgroepen. Zonodig kan de Minister aan de secretaris een adjunct-secretaris toevoegen.