BWBR0002959
Geldig vanaf 1975-04-22
Artikel 3
Instelling Adviescommissie Beeldende Kunsten Buitenland
1. De commissie houdt bij haar adviezen zoveel mogelijk rekening met:
a. een zo gevarieerd mogelijk aanbod van beeldende kunst;
b. gegevens, die verkregen zijn door een verkenning van de buitenlandse behoeften en mogelijkheden door het Bureau Beeldende Kunst Buitenland en de daarop gebaseerde voorstellen;
c. wensen, die door middel van gemengde commissies van culturele verdragen of op andere wijze uit het buitenland kenbaar gemaakt worden;
d. de door de Minister aangegeven prioriteiten in geografische spreiding;
e. de beschikbare financiële middelen.
2. Zo mogelijk biedt de adviescommissie haar voorstellen aan als een tentoonstellingsprogramma voor de periode van één of twee jaar.
3. De commissie zal bij de uit voering van haar taak zoveel mogelijk contact onderhouden met de Coördinatie-commissie Buitenlandse Tentoonstellingen.
a. een zo gevarieerd mogelijk aanbod van beeldende kunst;
b. gegevens, die verkregen zijn door een verkenning van de buitenlandse behoeften en mogelijkheden door het Bureau Beeldende Kunst Buitenland en de daarop gebaseerde voorstellen;
c. wensen, die door middel van gemengde commissies van culturele verdragen of op andere wijze uit het buitenland kenbaar gemaakt worden;
d. de door de Minister aangegeven prioriteiten in geografische spreiding;
e. de beschikbare financiële middelen.
2. Zo mogelijk biedt de adviescommissie haar voorstellen aan als een tentoonstellingsprogramma voor de periode van één of twee jaar.
3. De commissie zal bij de uit voering van haar taak zoveel mogelijk contact onderhouden met de Coördinatie-commissie Buitenlandse Tentoonstellingen.