BWBR0002923
Geldig vanaf 1974-06-08
Artikel 9
Examenbesluit accountants-administratieconsulenten
1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, ontzegt de voorzitter van de examencommissie hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen.
2. Indien een kandidaat in enig opzicht in strijd heeft gehandeld met de door of namens de voorzitter van de examencommissie gegeven aanwijzingen betreffende de gang van zaken bij het examen en deze onregelmatigheid voor of tijdens het examen wordt ontdekt kan de voorzitter hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen ontzeggen.
3. Indien de ontdekking van het bedrog eerst na afloop van het examen plaatsvindt, worden aan de kandidaat die zich hieraan schuldig heeft gemaakt, geen diploma en geen cijferlijst uitgereikt. Indien de ontdekking van de onregelmatigheid eerst na afloop van het examen plaatsvindt kan de voorzitter van de examencommissie beslissen, dat aan de kandidaat die zich hieraan heeft schuldig gemaakt, geen diploma en geen cijferlijst worden uitgereikt.
4. Een beschikking van de voorzitter van de examencommissie als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, wordt neergelegd in een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring.
5. De voorzitter van de examencommissie maakt van een ingevolge dit artikel gegeven beschikking en van de feiten waarop deze steunt onverwijld een rapport op. Hij zendt van dit rapport terstond twee afschriften aan Onze Minister van Economische Zaken.
6. De kandidaat kan tegen de beschikking van de voorzitter van de examencommissie beroep instellen bij Onze Minister van Economische Zaken.
7. Onze Minister van Economische Zaken stelt een onderzoek in en stelt zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen af te leggen in de vakken waarvan hij de zittingen niet heeft meegemaakt.
2. Indien een kandidaat in enig opzicht in strijd heeft gehandeld met de door of namens de voorzitter van de examencommissie gegeven aanwijzingen betreffende de gang van zaken bij het examen en deze onregelmatigheid voor of tijdens het examen wordt ontdekt kan de voorzitter hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen ontzeggen.
3. Indien de ontdekking van het bedrog eerst na afloop van het examen plaatsvindt, worden aan de kandidaat die zich hieraan schuldig heeft gemaakt, geen diploma en geen cijferlijst uitgereikt. Indien de ontdekking van de onregelmatigheid eerst na afloop van het examen plaatsvindt kan de voorzitter van de examencommissie beslissen, dat aan de kandidaat die zich hieraan heeft schuldig gemaakt, geen diploma en geen cijferlijst worden uitgereikt.
4. Een beschikking van de voorzitter van de examencommissie als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, wordt neergelegd in een door hem gedagtekende en ondertekende verklaring.
5. De voorzitter van de examencommissie maakt van een ingevolge dit artikel gegeven beschikking en van de feiten waarop deze steunt onverwijld een rapport op. Hij zendt van dit rapport terstond twee afschriften aan Onze Minister van Economische Zaken.
6. De kandidaat kan tegen de beschikking van de voorzitter van de examencommissie beroep instellen bij Onze Minister van Economische Zaken.
7. Onze Minister van Economische Zaken stelt een onderzoek in en stelt zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen af te leggen in de vakken waarvan hij de zittingen niet heeft meegemaakt.