BWBR0002911
Geldig vanaf 1973-12-22
Artikel 4
Besluit bestrijding wratziekte 1973
1. Indien aan degene die aardappelen teelt dan wel anderszins voorhanden of in voorraad heeft, door Onze Minister is medegedeeld dat in die aardappelen wratziekte is aangetoond of dat daarin de aanwezigheid van de schimmel wordt vermoed in verband met een teelt of opslag van die aardappelen in de nabijheid van wratziekte, is hij nadat hem daartoe door Onze Minister aanzegging is gedaan verplicht de in de aanzegging omschreven hoeveelheid van die aardappelen op de daarin voorgeschreven wijze en binnen de daarin gestelde termijn te behandelen of te vernietigen al naar gelang zulks in de aanzegging is bepaald.
2. Het is degene aan wie een mededeling, bedoeld in het vorige lid, is gedaan verboden zonder toestemming van Onze Minister de aardappelen waarop die mededeling betrekking heeft te rooien of te vervoeren.
2. Het is degene aan wie een mededeling, bedoeld in het vorige lid, is gedaan verboden zonder toestemming van Onze Minister de aardappelen waarop die mededeling betrekking heeft te rooien of te vervoeren.