BWBR0002911
Geldig vanaf 1973-12-22
Artikel 3
Besluit bestrijding wratziekte 1973
1. Op terreinen, waar wratziekte dreigt op te treden en die uit dien hoofde door Onze Minister zijn aangewezen, is de teelt van aardappelen verboden.
2. Het verbod, gesteld in het vorige lid, geldt niet voor aardappelen behorende tot resistente rassen, voor zover Onze Minister die rassen voor de aldaar bedoelde terreinen heeft aangewezen.
3. Onze Minister wijst voor de in het eerste lid bedoelde terreinen als resistente rassen slechts aan aardappelrassen die op een besmetting met het fysio van de schimmel, dat op die terreinen wratziekte dreigt te veroorzaken, zodanig reageren dat geen secondaire besmetting is te verwachten.
4. Onze Minister kan verbieden dat op de krachtens het eerste lid aangewezen terreinen planten, waarvan de ondergrondse delen kennelijk bestemd zijn voor wederuitplant, worden geteeld of op zodanige wijze worden bewaard dat zij in aanraking komen met de grond van deze terreinen.
2. Het verbod, gesteld in het vorige lid, geldt niet voor aardappelen behorende tot resistente rassen, voor zover Onze Minister die rassen voor de aldaar bedoelde terreinen heeft aangewezen.
3. Onze Minister wijst voor de in het eerste lid bedoelde terreinen als resistente rassen slechts aan aardappelrassen die op een besmetting met het fysio van de schimmel, dat op die terreinen wratziekte dreigt te veroorzaken, zodanig reageren dat geen secondaire besmetting is te verwachten.
4. Onze Minister kan verbieden dat op de krachtens het eerste lid aangewezen terreinen planten, waarvan de ondergrondse delen kennelijk bestemd zijn voor wederuitplant, worden geteeld of op zodanige wijze worden bewaard dat zij in aanraking komen met de grond van deze terreinen.