BWBR0002905
Geldig vanaf 1973-12-17
Artikel 6
Wet wettelijke aansprakelijkheid exploitanten nucleaire schepen
1. Voor zover de overeenkomstig artikel 5beschikbaar komende middelen ontoereikend zijn voor vergoeding van de kernschade, stelt de Staat aan de exploitant openbare middelen beschikbaar tot het in artikel 3, eerste lid, bedoelde bedrag.
2. Voor zover het ontbreken van de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 5, aan schuld van de exploitant te wijten is, heeft de Staat voor de in verband daarmede beschikbaar gestelde openbare middelen recht van verhaal op de exploitant.
3. De in artikel 3bedoelde interesten en kosten, verschuldigd door een exploitant, als bedoeld in artikel 5, zijn voor rekening van die exploitant en de Staat naar verhouding van de middelen, die ingevolge artikel 5, onderscheidenlijk het eerste lid van het onderhavige artikel, beschikbaar worden gesteld.
4. Indien en voorzover de Staat ingevolge het eerste lid openbare middelen aan de exploitant beschikbaar heeft gesteld, heeft hij het recht van verhaal van de exploitant, bedoeld in artikel 2, zesde lid. Bij de uitoefening van dit recht heeft de Staat voorrang boven de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, hebben gesteld.
2. Voor zover het ontbreken van de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 5, aan schuld van de exploitant te wijten is, heeft de Staat voor de in verband daarmede beschikbaar gestelde openbare middelen recht van verhaal op de exploitant.
3. De in artikel 3bedoelde interesten en kosten, verschuldigd door een exploitant, als bedoeld in artikel 5, zijn voor rekening van die exploitant en de Staat naar verhouding van de middelen, die ingevolge artikel 5, onderscheidenlijk het eerste lid van het onderhavige artikel, beschikbaar worden gesteld.
4. Indien en voorzover de Staat ingevolge het eerste lid openbare middelen aan de exploitant beschikbaar heeft gesteld, heeft hij het recht van verhaal van de exploitant, bedoeld in artikel 2, zesde lid. Bij de uitoefening van dit recht heeft de Staat voorrang boven de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, hebben gesteld.