BWBR0002905
Geldig vanaf 1973-12-17
Artikel 23
Wet wettelijke aansprakelijkheid exploitanten nucleaire schepen
1. Onze Minister van Financiën kan in gevallen, waarin een exploitant van een nucleair schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren aansprakelijk is, aan de betrokkenen de nodige voorschotten verlenen.
2. Onze Minister van Financiën bepaalt de grootte van de voorschotten, rekening houdende met de aard en omvang van de geleden kernschade, met de uitkering, waarop de betrokkene vermoedelijk aanspraak zal kunnen maken, en met diens persoonlijke omstandigheden.
3. Een genoten voorschot komt in mindering van het door de exploitant aan de betrokkene verschuldigde bedrag van de vergoeding.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 21, derde en vierde lid, kan Onze Minister van Financiën gedurende de tijd, dat het verbod van betaling van kracht is, van de verzekeraars en andere personen, die financiële zekerheid, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, hebben gesteld, vorderen, dat zij, naar gelang bedragen van geleden kernschade zijn erkend of toegewezen, de in artikel 5, eerste lid, bedoelde middelen aan hem uitkeren tot ten hoogste het bedrag van de door hem verleende voorschotten.
2. Onze Minister van Financiën bepaalt de grootte van de voorschotten, rekening houdende met de aard en omvang van de geleden kernschade, met de uitkering, waarop de betrokkene vermoedelijk aanspraak zal kunnen maken, en met diens persoonlijke omstandigheden.
3. Een genoten voorschot komt in mindering van het door de exploitant aan de betrokkene verschuldigde bedrag van de vergoeding.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 21, derde en vierde lid, kan Onze Minister van Financiën gedurende de tijd, dat het verbod van betaling van kracht is, van de verzekeraars en andere personen, die financiële zekerheid, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, hebben gesteld, vorderen, dat zij, naar gelang bedragen van geleden kernschade zijn erkend of toegewezen, de in artikel 5, eerste lid, bedoelde middelen aan hem uitkeren tot ten hoogste het bedrag van de door hem verleende voorschotten.