BWBR0002870
Geldig vanaf 1974-01-01
Artikel 3
Besluit vergiften in apotheken en ziekenhuizen 1973
1. Apothekers zijn verplicht de vergiften, bedoeld in artikel 1, onder a, in hun apotheek te bewaren in uitsluitend daartoe bestemde en met een sleutel afsluitbare kasten of ruimten. De inspecteur kan aan een apotheker op diens verzoek op grond van bijzondere omstandigheden toestaan dat bepaalde van de in de eerste volzin bedoelde vergiften op een andere door hem goedgekeurde wijze worden bewaard.
2. Apothekers zijn verplicht de vergiften, bedoeld in artikel 1, onder b, in hun apotheek eveneens te bewaren in uitsluitend daartoe bestemde en met een sleutel afsluitbare kasten of ruimten. De inspecteur kan desgevraagd op grond van veiligheidsoverwegingen toestaan dat bepaalde substanties, niet zijnde vergiften als bedoeld in artikel 1, onder aen b, in de kasten of ruimten, bedoeld in de eerste volzin, worden bewaard.
3. Apotheekhoudende artsen zijn verplicht de vergiften, bedoeld in artikel 1, onder aen b, in hun apotheek te bewaren in uitsluitend daartoe bestemde en met een sleutel afsluitbare kasten of ruimten. Het eerste lid, tweede volzin, en het tweede lid, tweede volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de preparaten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Opiumwetbesluit.
5. Het eerste en derde lid zijn eveneens niet van toepassing ten aanzien van de preparaten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Opiumwetbesluitvoor zover die preparaten zich bevinden in een als werkvoorraad bestemde aangebroken verpakking van ten hoogste 1000 doseringseenheden.
2. Apothekers zijn verplicht de vergiften, bedoeld in artikel 1, onder b, in hun apotheek eveneens te bewaren in uitsluitend daartoe bestemde en met een sleutel afsluitbare kasten of ruimten. De inspecteur kan desgevraagd op grond van veiligheidsoverwegingen toestaan dat bepaalde substanties, niet zijnde vergiften als bedoeld in artikel 1, onder aen b, in de kasten of ruimten, bedoeld in de eerste volzin, worden bewaard.
3. Apotheekhoudende artsen zijn verplicht de vergiften, bedoeld in artikel 1, onder aen b, in hun apotheek te bewaren in uitsluitend daartoe bestemde en met een sleutel afsluitbare kasten of ruimten. Het eerste lid, tweede volzin, en het tweede lid, tweede volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de preparaten, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Opiumwetbesluit.
5. Het eerste en derde lid zijn eveneens niet van toepassing ten aanzien van de preparaten, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Opiumwetbesluitvoor zover die preparaten zich bevinden in een als werkvoorraad bestemde aangebroken verpakking van ten hoogste 1000 doseringseenheden.