BWBR0002868
Geldig vanaf 1973-01-01
Artikel 1a
Besluit fondsen en spaarregelingen
1. De statuten of reglementen moeten bepalen dat aan de verplichting van de werknemers tot het bijdragen aan een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede of derde lid, ten grondslag moet liggen:
hetzij een bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een algemeen verbindend verklaarde bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een regeling krachtens artikel 5of artikel 6 van de Wet op de loonvorming( Stb.1970, 69).
2. Uit de in het eerste lid bedoelde bepaling blijkt tevens:
a. welk bedrag ten behoeve van een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede lid, door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden; of
b. welk percentage maximaal ten behoeve van een overkoepelend fonds als bedoeld in artikel 1, derde lid, door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden.
3. Het bestuur van een overkoepelend fonds informeert de werkgever telkens vóór 1 november van het lopende jaar over het besluit inzake het voor het daarop volgende jaar vastgestelde percentage, bedoeld in het tweede lid, onder b. De werkgever meldt dit percentage vóór 1 december van het lopende jaar schriftelijk of elektronisch aan de werknemers. Bij die mededeling wordt het besluit van het bestuur gevoegd.
4. Nieuwe werknemers ontvangen de in het derde lid genoemde informatie uiterlijk op de dag van indiensttreding schriftelijk of elektronisch.
hetzij een bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een algemeen verbindend verklaarde bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een regeling krachtens artikel 5of artikel 6 van de Wet op de loonvorming( Stb.1970, 69).
2. Uit de in het eerste lid bedoelde bepaling blijkt tevens:
a. welk bedrag ten behoeve van een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede lid, door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden; of
b. welk percentage maximaal ten behoeve van een overkoepelend fonds als bedoeld in artikel 1, derde lid, door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden.
3. Het bestuur van een overkoepelend fonds informeert de werkgever telkens vóór 1 november van het lopende jaar over het besluit inzake het voor het daarop volgende jaar vastgestelde percentage, bedoeld in het tweede lid, onder b. De werkgever meldt dit percentage vóór 1 december van het lopende jaar schriftelijk of elektronisch aan de werknemers. Bij die mededeling wordt het besluit van het bestuur gevoegd.
4. Nieuwe werknemers ontvangen de in het derde lid genoemde informatie uiterlijk op de dag van indiensttreding schriftelijk of elektronisch.