BWBR0002867
Geldig vanaf 1973-02-13
Artikel 6
Gemoedsbezwaren tegen verzekering
1. Ter zake van alle beslissingen betreffende het weigeren van een vrijstelling, het verbinden van voorwaarden aan een vrijstelling of het intrekken van een vrijstelling kunnen door de betrokkene bezwaren worden ingebracht bij de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen 30 dagen nadat betrokkene de beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon heeft ontvangen.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt binnen 30 dagen de opmerkingen, waartoe de ingebrachte bezwaren haar aanleiding geven, ter kennis van het bevoegde orgaan en van de betrokkene.
3. Voor het geval de ingebrachte bezwaren gegrond zijn bevonden en door het bevoegde orgaan niet binnen 30 dagen aan de te dezer zake door de Pensioen- & Verzekeringskamer gemaakte opmerkingen is tegemoet gekomen, wijst deze de betrokkene, zo haar zulks gewenst voorkomt, op het bepaalde in artikel 26 van de wet.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt binnen 30 dagen de opmerkingen, waartoe de ingebrachte bezwaren haar aanleiding geven, ter kennis van het bevoegde orgaan en van de betrokkene.
3. Voor het geval de ingebrachte bezwaren gegrond zijn bevonden en door het bevoegde orgaan niet binnen 30 dagen aan de te dezer zake door de Pensioen- & Verzekeringskamer gemaakte opmerkingen is tegemoet gekomen, wijst deze de betrokkene, zo haar zulks gewenst voorkomt, op het bepaalde in artikel 26 van de wet.