BWBR0002867
Geldig vanaf 1973-02-13
Artikel 5
Gemoedsbezwaren tegen verzekering
1. Het bevoegde orgaan van de rechtspersoon is verplicht een vrijstelling in te trekken, indien:
a. de betrokkene dit verzoekt;
b. de omstandigheid, op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet meer aanwezig is.
2. Het bevoegde orgaan van de rechtspersoon is bevoegd een vrijstelling in te trekken, indien de betrokkene de daarbij gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. In de statuten of reglementen van de rechtspersoon worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een vrijstelling.
a. de betrokkene dit verzoekt;
b. de omstandigheid, op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet meer aanwezig is.
2. Het bevoegde orgaan van de rechtspersoon is bevoegd een vrijstelling in te trekken, indien de betrokkene de daarbij gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3. In de statuten of reglementen van de rechtspersoon worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een vrijstelling.