BWBR0002848
Geldig vanaf 1973-01-01
Artikel 6
Besluit vaststelling algemene maatregel van bestuur ex artikel 23 Wet gemeentelijke herindeling Noordwest-Overijssel
1. Het bedrag van het wachtgeld is gedurende de eerste zes maanden gelijk aan 90% van de bezoldiging, gedurende de daaropvolgende zes maanden 75% van die wedde, welk percentage voor elk leeftijdsjaar boven 25 jaar met ¼wordt vermeerderd tot een maximum van 80. Vervolgens bedraagt het wachtgeld 70% van die wedde.
2. In afwijking van het eerste lid is het bedrag van het wachtgeld tijdens de verlenging bedoeld in artikel 5a, derde lid, gelijk aan het bedrag van het pensioen waarop de betrokkene recht zou hebben, indien hij uit de betrekking waaruit hij met recht op wachtgeld is ontslagen, op de dag van dat ontslag zou zijn gepensioneerd naar de diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, en naar de middelsom van berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel F6, tweede lid, van de pensioenwet, in de betrekking waaruit het wachtgeld is toegekend, met dien verstande, dat gedurende het eerste jaar van die verlenging het wachtgeld ten minste bedraagt 40% van de laatstelijk genoten wedde.
3. Het bedrag van het wachtgeld tijdens de verlenging, bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, bedraagt ten hoogste 70% van de laatstelijk genoten wedde.
2. In afwijking van het eerste lid is het bedrag van het wachtgeld tijdens de verlenging bedoeld in artikel 5a, derde lid, gelijk aan het bedrag van het pensioen waarop de betrokkene recht zou hebben, indien hij uit de betrekking waaruit hij met recht op wachtgeld is ontslagen, op de dag van dat ontslag zou zijn gepensioneerd naar de diensttijd, voor zover geldig voor pensioen, en naar de middelsom van berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel F6, tweede lid, van de pensioenwet, in de betrekking waaruit het wachtgeld is toegekend, met dien verstande, dat gedurende het eerste jaar van die verlenging het wachtgeld ten minste bedraagt 40% van de laatstelijk genoten wedde.
3. Het bedrag van het wachtgeld tijdens de verlenging, bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, bedraagt ten hoogste 70% van de laatstelijk genoten wedde.