BWBR0002848
Geldig vanaf 1973-01-01
Artikel 1
Besluit vaststelling algemene maatregel van bestuur ex artikel 23 Wet gemeentelijke herindeling Noordwest-Overijssel
Dit besluit verstaat onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. betrokkene: (1). de ambtenaar in vaste dienst;
(2). de ambtenaar in tijdelijke dienst, mits dit dienstverband ten minste 5 jaren heeft geduurd en de aanstelling niet is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard, die ten gevolge van een wet tot herindeling van gemeenten wordt ontslagen of geacht wordt ontslagen te zijn;
(1). de ambtenaar in vaste dienst;
(2). de ambtenaar in tijdelijke dienst, mits dit dienstverband ten minste 5 jaren heeft geduurd en de aanstelling niet is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard, die ten gevolge van een wet tot herindeling van gemeenten wordt ontslagen of geacht wordt ontslagen te zijn;
c. pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540);
d. pensioen: een pensioen in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
e. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. betrokkene: (1). de ambtenaar in vaste dienst;
(2). de ambtenaar in tijdelijke dienst, mits dit dienstverband ten minste 5 jaren heeft geduurd en de aanstelling niet is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard, die ten gevolge van een wet tot herindeling van gemeenten wordt ontslagen of geacht wordt ontslagen te zijn;
(1). de ambtenaar in vaste dienst;
(2). de ambtenaar in tijdelijke dienst, mits dit dienstverband ten minste 5 jaren heeft geduurd en de aanstelling niet is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard, die ten gevolge van een wet tot herindeling van gemeenten wordt ontslagen of geacht wordt ontslagen te zijn;
c. pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540);
d. pensioen: een pensioen in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
e. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.