BWBR0002755
Geldig vanaf 2021-03-01
Artikel 4
Landbouwkwaliteitswet
1. Bij landbouwkwaliteitsbesluit worden één of meer bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EU) 2017/625 aangewezen voor zover het betreft het gebied, genoemd in artikel 1, tweede lid, onderdelen i en j, van verordening (EU) 2017/625.
2. Bij landbouwkwaliteitsbesluit kan een controleautoriteit als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van verordening (EU) 2017/625 worden aangewezen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor zover dat voor een goede uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25 en 26 van verordening (EU) 2017/625 noodzakelijk is.
4. De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
5. Een krachtens het derde lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging.
2. Bij landbouwkwaliteitsbesluit kan een controleautoriteit als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van verordening (EU) 2017/625 worden aangewezen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor zover dat voor een goede uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25 en 26 van verordening (EU) 2017/625 noodzakelijk is.
4. De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
5. Een krachtens het derde lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging.