BWBR0002755
Geldig vanaf 2021-03-01
Artikel 13b
Landbouwkwaliteitswet
1. De tuchtrechtelijke maatregel van geldboete bedraagt ten minste € 3 en ten hoogste een bedrag van de derde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
2. Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan een kwart van de geldboete van de derde categorie, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.
2. Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan een kwart van de geldboete van de derde categorie, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.