BWBR0002749
Geldig vanaf 01-07-1971
Artikel 20
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
1. Het Gerechtshof bepaalt dag en uur waarop de behandeling aanvangt en gelast de oproeping van de verzoeker en de Commissie, alsmede van de regeringsvertegenwoordiger of, indien het verzoekschrift is ingediend door de regeringsvertegenwoordiger, de belanghebbende schuldeiser, teneinde hen op het verzoekschrift te horen.
2. De schuldeiser die het verzoek heeft ingediend of die daarbij belang heeft, verschijnt in persoon of bij een procureur. Hij mag zich, wanneer hij in persoon verschijnt, door een raadsman doen bijstaan; de raadsman moet zijn een advocaat of procureur. De Commissie kan zich door de Voorzitter of een harer leden doen vertegenwoordigen.
3. De behandeling geschiedt in raadkamer. Na afloop van de behandeling bepaalt het Gerechtshof de dag, waarop het de beschikking zal geven.
2. De schuldeiser die het verzoek heeft ingediend of die daarbij belang heeft, verschijnt in persoon of bij een procureur. Hij mag zich, wanneer hij in persoon verschijnt, door een raadsman doen bijstaan; de raadsman moet zijn een advocaat of procureur. De Commissie kan zich door de Voorzitter of een harer leden doen vertegenwoordigen.
3. De behandeling geschiedt in raadkamer. Na afloop van de behandeling bepaalt het Gerechtshof de dag, waarop het de beschikking zal geven.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002749
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl