BWBR0002749
Geldig vanaf 01-07-1971
Artikel 10
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
1. De Commissie treedt, zo zij daarvoor termen aanwezig acht, met de schuldeiser in overleg omtrent de erkenning van de vordering en de vaststelling van het bedrag daarvan. Zij is bevoegd overlegging van ontbrekende stukken, alsook inzage van aantekeningen en bewijsstukken te vorderen.
2. De Commissie kan zich met betrekking tot de beoordeling van de vorderingen doen bijstaan door deskundigen.
3. Indien de Commissie voor de beoordeling van de vordering inlichtingen behoeft uit het buitenland, wendt zij zich te dezer zake tot Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
2. De Commissie kan zich met betrekking tot de beoordeling van de vorderingen doen bijstaan door deskundigen.
3. Indien de Commissie voor de beoordeling van de vordering inlichtingen behoeft uit het buitenland, wendt zij zich te dezer zake tot Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002749
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl