Een aangifte betreffende het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen voor nucleaire doeleinden, ingevolge
artikel 5of
artikel 7 van het Besluit, wordt gedaan door inzending van twee voor eensluidend getekende afschriften van elk der bescheiden, welke de tot het doen van die aangifte verplichte persoon ingevolge de artikelen 5, 7, 9 en 10 van de door de Commissie vastgestelde Verordening nr. 8 (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 29 mei 1959) ten aanzien van de betrokken kalendermaand bij de Commissie dient in te zenden.