BWBR0002668
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 32
Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
1. De ondernemer onder wiens verantwoordelijkheid een radioactieve stof binnen of buiten Nederlands grondgebied wordt gebracht, doet hiervan ten minste drie weken voordat dit brengen plaatsvindt een kennisgeving aan de Autoriteit.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het brengen van de aldaar bedoelde stoffen voor zover de ondernemer kan aantonen dat hij:
a. van dat vervoer reeds heeft kennisgegeven in de jaarkennisgeving, en
b. een administratie bijhoudt waarin de gegevens genoemd in artikel 4d zijn opgenomen.
3. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kunstmatige bron, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
4. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een natuurlijke bron, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; of
b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde genoemde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
5. Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingbepaalde is van overeenkomstige toepassing.
6. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet:
a. voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben, of
b. indien artikel 27, eerste lid, van toepassing is.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor het brengen van de aldaar bedoelde stoffen voor zover de ondernemer kan aantonen dat hij:
a. van dat vervoer reeds heeft kennisgegeven in de jaarkennisgeving, en
b. een administratie bijhoudt waarin de gegevens genoemd in artikel 4d zijn opgenomen.
3. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een kunstmatige bron, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending, of
b. de activiteitsconcentratie van die stof lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
4. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een natuurlijke bron, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken natuurlijke bron lager is dan de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde grenswaarde voor de activiteit van een vrijgestelde zending; of
b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tienmaal de in tabel 2.2.7.2.2.1 van bijlage 1 bij de VSG vermelde genoemde waarde voor de activiteitsconcentratie voor vrijgestelde stoffen.
5. Het bij en krachtens artikel 3.17, tweede, derde, zesde en negende lid van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingbepaalde is van overeenkomstige toepassing.
6. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet:
a. voor bij regeling van Onze Minister aangewezen handelingen die een beperkt risico van blootstelling van mensen tot gevolg hebben, of
b. indien artikel 27, eerste lid, van toepassing is.