BWBR0002629
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 25a
Wet op de omzetbelasting 1968
1. Een ondernemer die in Nederland is gevestigd en van wie de jaaromzet in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van vrijstelling van belasting ter zake van door de ondernemer in Nederland verrichte leveringen van goederen en diensten.
2. Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd kan kiezen voor toepassing van de vrijstelling mits tevens aan de voorwaarde is voldaan dat de jaaromzet in de Unie niet meer bedraagt dan € 100.000.
3. De vrijstelling is niet van toepassing op de levering van:
a. nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de verkoper of afnemer worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat; en
b. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt.
4. De ondernemer die de vrijstelling toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.
5. De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in Nederland is gevestigd, na een melding aan de inspecteur, vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat minimaal vier weken na ontvangst van de melding aanvangt. De melding geschiedt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze en bevat ten minste de jaaromzet in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar en de jaaromzet in Nederland tijdens het kalenderjaar tot aan de melding. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
6. De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, ingeval van:
a. een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, derde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd het individuele nummer aan de ondernemer mededeelt volgens de in die lidstaat geldende regelgeving; of
b. een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd, het individuele nummer aan de ondernemer bevestigt naar aanleiding van de actualisering die deze heeft uitgevoerd volgens de in die lidstaat geldende regelgeving.
De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de toepassing van de vrijstelling ingeval de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt in het voorafgaande kalenderjaar of tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving.
7. De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging wordt door de ondernemer gedaan bij de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het eerstvolgende kalenderkwartaal dat minimaal vier weken na ontvangst van de wederopzegging aanvangt. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.
8. De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging geschiedt door middel van een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de ontvangst van de actualisering door de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd. Ingeval de actualisering in de laatste maand van een kalenderkwartaal is ontvangen, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van de tweede maand van het volgende kalenderkwartaal. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.
9. Een ondernemer komt niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt. Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, komt ook niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in de Unie het bedrag, genoemd in het tweede lid, overschrijdt. In de hiervoor bedoelde gevallen komt de ondernemer ook niet in aanmerking voor de vrijstelling in het daaropvolgende kalenderjaar of is de vrijstelling niet langer van toepassing voor de levering van het goed of de dienst waardoor die overschrijding tot stand komt, gedurende het resterende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar.
2. Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd kan kiezen voor toepassing van de vrijstelling mits tevens aan de voorwaarde is voldaan dat de jaaromzet in de Unie niet meer bedraagt dan € 100.000.
3. De vrijstelling is niet van toepassing op de levering van:
a. nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de verkoper of afnemer worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat; en
b. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt.
4. De ondernemer die de vrijstelling toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.
5. De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in Nederland is gevestigd, na een melding aan de inspecteur, vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat minimaal vier weken na ontvangst van de melding aanvangt. De melding geschiedt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze en bevat ten minste de jaaromzet in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar en de jaaromzet in Nederland tijdens het kalenderjaar tot aan de melding. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
6. De vrijstelling geldt voor de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, ingeval van:
a. een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, derde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd het individuele nummer aan de ondernemer mededeelt volgens de in die lidstaat geldende regelgeving; of
b. een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006, vanaf de datum waarop de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd, het individuele nummer aan de ondernemer bevestigt naar aanleiding van de actualisering die deze heeft uitgevoerd volgens de in die lidstaat geldende regelgeving.
De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de toepassing van de vrijstelling ingeval de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt in het voorafgaande kalenderjaar of tijdens het kalenderjaar tot aan de kennisgeving.
7. De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging wordt door de ondernemer gedaan bij de inspecteur op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het eerstvolgende kalenderkwartaal dat minimaal vier weken na ontvangst van de wederopzegging aanvangt. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.
8. De toepassing van de vrijstelling door de ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, geldt tot beëindiging door wederopzegging door deze ondernemer. De wederopzegging geschiedt door middel van een actualisering van een voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel 284, vierde lid, van de BTW-richtlijn 2006. De beëindiging van de vrijstelling wordt van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de ontvangst van de actualisering door de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd. Ingeval de actualisering in de laatste maand van een kalenderkwartaal is ontvangen, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van de tweede maand van het volgende kalenderkwartaal. De ondernemer kan na de beëindiging door wederopzegging pas na het verstrijken van het kalenderjaar waarin de vrijstelling is beëindigd en het daaropvolgende kalenderjaar opnieuw de vrijstelling toepassen.
9. Een ondernemer komt niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in Nederland het bedrag, genoemd in het eerste lid, overschrijdt. Een ondernemer die in de Unie maar niet in Nederland is gevestigd, komt ook niet in aanmerking voor de vrijstelling of mag deze niet langer toepassen indien de jaaromzet in de Unie het bedrag, genoemd in het tweede lid, overschrijdt. In de hiervoor bedoelde gevallen komt de ondernemer ook niet in aanmerking voor de vrijstelling in het daaropvolgende kalenderjaar of is de vrijstelling niet langer van toepassing voor de levering van het goed of de dienst waardoor die overschrijding tot stand komt, gedurende het resterende kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar.