BWBR0002618
Geldig vanaf 01-02-1968
Artikel 2
Besluit inzake vergoeding kosten geneeskundige hulp in bijzondere omstandigheden
1. De verzekerde heeft voor kosten van geneeskundige verzorging, gemaakt in de periode, gelegen tussen het tijdstip van aanmelding als verzekerde overeenkomstig het bepaalde in het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering en het tijdstip, waarop het ziekenfonds het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 15 van dat besluit, heeft verstrekt, recht op een vergoeding als is aangegeven in de bij dit besluit gevoegde bijlage.
2. Is de in lid 1 bedoelde aanmelding geschied binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de dag af, waarop de verplichte ziekenfondsverzekering een aanvang nam, onderscheidenlijk in voorkomend geval van de dag af, waarop een verklaring of een formulier, als bedoeld in lid 4, werd ontvangen, dan strekt het in lid 1 bedoelde recht op vergoeding zich mede uit tot de binnen die termijn, doch vóór de aanmelding gemaakte kosten van geneeskundige verzorging.
3. Van de in lid 2 vermelde termijn kan worden afgeweken ingeval de verzekerde aannemelijk maakt, dat de vertraging in de aanmelding hem in redelijkheid niet kan worden toegerekend.
4. De verzekerde, bedoeld in artikel 1, onder j, k, l, m of r, van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet, die in verband met het bepaalde in artikel 12, lid 3, van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering een verklaring of formulier heeft ontvangen, inhoudende, dat de verplichte verzekering op een dag in het verleden een aanvang heeft genomen, heeft, indien hij als verzekerde wordt ingeschreven, ongeacht of de leden 2 en 3 van toepassing zijn, recht op de in lid 1 bedoelde vergoeding voor kosten van geneeskundige verzorging, gemaakt in de periode, gelegen tussen die dag van aanvang der verzekering en de dag, waarop hij die verklaring of dat formulier ontving, mits het verzoek tot vergoeding, onder overlegging van de betalingsbewijzen, wordt gedaan binnen zes maanden na ontvangst van bedoelde verklaring of bedoeld formulier.
5. De verplicht verzekerde, die gedurende de desbetreffende periode was ingeschreven als vrijwillig verzekerde of als bejaardenverzekerde, heeft recht op terugbetaling van de premie, welke voor de vrijwillige of bejaardenverzekering was betaald.
6. De verplicht verzekerde, die gedurende de desbetreffende periode was verzekerd elders dan bij een ziekenfonds, heeft tegenover het ziekenfonds aanspraak op:
a. vergoeding van de voor die verzekering betaalde premies, voor zover deze kunnen worden geacht betrekking te hebben op rechten, welke in de Ziekenfondswet aan verzekerden worden gewaarborgd;
b. een vergoeding, als bedoeld in lid 1, voor zover de gemaakte kosten niet in die verzekering waren begrepen.
7. In de gevallen, bedoeld in lid 5 en lid 6, onder a, kan een door de voorzitter van de Ziekenfondsraad te bepalen korting worden toegepast.
2. Is de in lid 1 bedoelde aanmelding geschied binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de dag af, waarop de verplichte ziekenfondsverzekering een aanvang nam, onderscheidenlijk in voorkomend geval van de dag af, waarop een verklaring of een formulier, als bedoeld in lid 4, werd ontvangen, dan strekt het in lid 1 bedoelde recht op vergoeding zich mede uit tot de binnen die termijn, doch vóór de aanmelding gemaakte kosten van geneeskundige verzorging.
3. Van de in lid 2 vermelde termijn kan worden afgeweken ingeval de verzekerde aannemelijk maakt, dat de vertraging in de aanmelding hem in redelijkheid niet kan worden toegerekend.
4. De verzekerde, bedoeld in artikel 1, onder j, k, l, m of r, van het Aanwijzingsbesluit verplicht-verzekerden Ziekenfondswet, die in verband met het bepaalde in artikel 12, lid 3, van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering een verklaring of formulier heeft ontvangen, inhoudende, dat de verplichte verzekering op een dag in het verleden een aanvang heeft genomen, heeft, indien hij als verzekerde wordt ingeschreven, ongeacht of de leden 2 en 3 van toepassing zijn, recht op de in lid 1 bedoelde vergoeding voor kosten van geneeskundige verzorging, gemaakt in de periode, gelegen tussen die dag van aanvang der verzekering en de dag, waarop hij die verklaring of dat formulier ontving, mits het verzoek tot vergoeding, onder overlegging van de betalingsbewijzen, wordt gedaan binnen zes maanden na ontvangst van bedoelde verklaring of bedoeld formulier.
5. De verplicht verzekerde, die gedurende de desbetreffende periode was ingeschreven als vrijwillig verzekerde of als bejaardenverzekerde, heeft recht op terugbetaling van de premie, welke voor de vrijwillige of bejaardenverzekering was betaald.
6. De verplicht verzekerde, die gedurende de desbetreffende periode was verzekerd elders dan bij een ziekenfonds, heeft tegenover het ziekenfonds aanspraak op:
a. vergoeding van de voor die verzekering betaalde premies, voor zover deze kunnen worden geacht betrekking te hebben op rechten, welke in de Ziekenfondswet aan verzekerden worden gewaarborgd;
b. een vergoeding, als bedoeld in lid 1, voor zover de gemaakte kosten niet in die verzekering waren begrepen.
7. In de gevallen, bedoeld in lid 5 en lid 6, onder a, kan een door de voorzitter van de Ziekenfondsraad te bepalen korting worden toegepast.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002618
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl