BWBR0002553
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 18
Liquidatiewet ongevallenwetten
1. Degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, dan wel mede ontleent, aan <a href="/wet/BWBR0002551/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13</a>, <a href="/wet/BWBR0002551/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">14</a>of <a href="/wet/BWBR0002551/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, onderscheidenlijk degene, ten aanzien van wie artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt en die van de dag, waarop zijn recht op bedoelde uitkering is ingegaan, onderscheidenlijk van de dag, met ingang van welke artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, toepassing vindt, tot en met de dag voorafgaand aan die waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, bereikt, onafgebroken recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft gehad, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop hij - indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken - recht zou hebben gehad op de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt, ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend in aansluiting waaraan hem vorenbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, onderscheidenlijk ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend, ten aanzien waarvan artikel 11, eerste lid, is toegepast of waarvoor hem op grond van het bepaalde in artikel 6, vierde lid, of artikel 7, tweede lid, geen recht op uitkering is toegekend.
2. Bij de berekening van de in het vorige lid bedoelde afkoopsom komt het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van <a href="/wet/BWBR0002126/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering</a>, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten werden ingetrokken, voor dat meerdere niet in aanmerking.
2. Bij de berekening van de in het vorige lid bedoelde afkoopsom komt het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van <a href="/wet/BWBR0002126/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering</a>, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, genoemde wetten werden ingetrokken, voor dat meerdere niet in aanmerking.